Opregte Sneeker kop


Bespiegelingen (en andere oprispingen)

henk doevendans

Henk Doevendans

Snits/Sneek


Der op ut

theaterKlik hier...

Agenda

Klik hier...

Exposities

bax Klik hier...

Het Weer van...

Dirk van der Meer

Eerdere blogs...

Archief

simon
boer_uitvaart
kuiper
westers

"Onder de groene hemel..."

Sneek, 7 december 2017 - Op de boekenplank in mijn "mancave" (de moderne omschrijving van een werkkamer voor mannen) staat onder meer een rijtje boeken met daarin liedteksten van Friso Wiegersma, Eli Asser en Lennaert Nijgh.

Met alle drie heb ik wel iets. Zo mocht ik Friso Wiegersma eens interviewen. Dankzij de "tips" van Rients Gratama werd het een gesprek waarin de weduwnaar van Wim Sonneveld heel veel van zichzelf liet zien.

Een andere singer/songwriter van boven-Nederlandse allure – en helaas ook niet meer onder ons – was Maarten van Roozendaal. Hem ontmoette ik twee keer beroepshalve in Amsterdam.

De eerste keer was naar aanleiding van het winnen van de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het mooiste theaterliedje van het jaar 2000, "Redt mij niet". Hij bestrijdt daarin de bekeringsdrift die ook toen al onder het maaiveld van de maatschappij woekerde.

Wat de aanleiding was van de tweede ontmoeting, ditmaal in het restaurant van de Amsterdamse Stopera, weet ik niet meer. Wel, dat Maarten toen met een aantal anderen repeteerde voor een eerbetoon aan Lennaert Nijgh.

Morgenavond staat eenzelfde hommage in Theater Sneek. Onder het motto "Een tipje van de sluier". Niet eens zo'n gekke titel, want Nijgh was en bleef ondanks alle liedjes die hij "dichtte" een man, waarvan je weinig te weten kwam.

nijghDe muziekhistoricus Jacques Klöters schrijft in "Ik doe wat ik doe", de verzameling liedteksten waaraan ik hierboven refereerde, dat Nijgh eigenlijk nooit met het hier en nu bezig was.

Voorbeelden: "Het gras zal altijd groener zijn, aan de andere kant van de heuvels". Volgens Boudewijn de Groot is de tekst "Want er komen andere tijden", een verlangen, uit hoop.

Mijn generatie groeide op met de teksten van Lennaert Nijgh. Ze werden niet alleen door Boudewijn de Groot gezongen, maar ook bijvoorbeeld door Liesbeth List (onder meer "Pastorale"), Rob de Nijs ("Malle Babbe") en vele anderen, tot zelfs covers van Betty Serveert.

Wij pubers werden groot in de Koude Oorlog, die in 1989 eindige met de val van de Berlijnse Muur. Beïnvloedde die angst voor een nieuw wereldwijd, mogelijk nucleair conflict, Nijgh bij het schrijven van zijn teksten? Of was het een gevolg van drugsgebruik, zoals wel gesuggereerd wordt?

Donderdagavond kunnen we genieten van heel veel van wat Lennaert Nijgh ons nagelaten heeft. En herkennen wat anderen in ons Theater Sneek zongen. Boudewijn de Groot bijvoorbeeld.

Nadat Nijgh in 2002 was overleden, bracht Boudewijn een nieuwe album uit, "Eiland in de Verte". Ik heb hem een keer na afloop van een voorstelling gevraagd of dat eiland nu echt Vlieland was, wat wel gezegd werd, of Ierland. Boudewijn wist het niet.

Wel dat Lennaert met zijn ex, Astrid Nijgh, de liefde voor het water deelde, voor de sfeer van de klassieke schepen en de cultuur die daar bij leek te horen.

Hij schreef in 1978 de tekst voor het nummer "De Beerenburg". Op een cd staat dit nummer met wel als toevoeging in de titel "De Weduwe Joustra".

Dit onbekende lied zal donderdag zeker niet door de cast van "Een tip van de sluier" (waar ook Boudewijns zoon Jim deel van uitmaakt) worden gezongen, maar elk nummer zal voor mijn generatie zeker herinneringen aan vroeger oproepen. Ook dat is een vorm van genieten.