-kopTerug naar de voorpagina...

Cultuur en historie in een paar dagen

31 augustus 2015 – Het vocht dampte vanmorgen uit de bomen. Het leek mist, maar wie goed keek, wist wel beter. Na de onweersbuien van vannacht een logisch verschijnsel bij een hogere temperatuur. (Op het moment van dit schrijven verschijnen de regendruppen weer op het raam.)

En toch was het weekend niet slecht. Sterker, het was een goede afsluiting van een cultureel getint weekje. Omdat het een ‘slechte’ donderdag dreigde te worden, togen Frou D. en de Opregte Sneeker naar de Belvedère in Oranjewoud. Omdat er zo’n mooie tentoonstelling zou zijn, zo verzekerde een kennis (met banden met dat museum) ons.

zandsculpturenWat we in dat museum bekeken, was gelukkig minder vergankelijk dan de kunstwerken die we vrijdag zagen: de zandsculpturen aan de Oppenhuizerweg. Niet de tands des tijds had ze aangevreten, maar de luimen van de weergoden. Er werd manmachtig gewerkt aan de restauratie, want tot de 21ste september moeten ze te zien zijn.

Weer de verkeerde route gekozen

Zoals zoveel eerdere keren maakten wij de fout om via Oranjewoud naar de Belvedère te rijden. Ons navigatie-apparaat kende de Oranje Nassaulaan in dat dorp niet, wel in Heerenveen. Dus zijn we toch door het Friese Haagje gegaan. In een druilerig regentje liepen we het laatste eindje door het landgoed Oranjewoud met in de verte het buiten dat ooit in bezit van de Friese Nassaus was.

Wie via Tjalleberd rijdt, komt dichter bij het museum uit. Maar die mist wel de bruggetjes over de smalle slootjes en dan vallen ook de waterspuiters in de walkanten minder op. Zo is er overal wel wat positiefs tegenover het negatieve te stellen.

Wind, water en Wad, de titel van deze overzichtstentoonstelling van meer dan zeventig Nederlandse en buitenlandse schilders is nog te zien tot 14 september. Het oordeel laat ik aan de lezer over. Het beleven van kunst heeft immers alles met de gevoelens van de beschouwer te maken.

Kunstombudsman Houweling

Dat is niet een gedachte van mij, maar ik herinner mij dat mijn tekenleraar aan de Utrechtse School voor Grafische Vakken, Jos Houweling, die eens opperde. Tot mijn grote verrassing las ik in de bijlage van de Volkskrant een paginagroot interview met deze docent (en latere kunstombudsman van de KRO). Toen ik zijn leeftijd zag, realiseerde ik mij dat hij maar een paar jaar ouder is dan ik. Maar destijds was het een groot verschil.

Houweling lokte ons eens uit een cafeetje vlakbij de school, waar wij tussen de middag wat langer koffie dronken dan mocht. ‘We gaan vanmiddag model tekenen’, vertelde hij geheimzinnig. Wij hadden visioenen van een blote jongedame die gewillig voor ons poseerde, maar op een verhoging in het lokaal zat een mannelijk medeleerling en de opdracht was een impressie van zijn gezicht te maken.

Dode boom met 'kunst'

aalscholversZaterdag stapten we op de fiets om het Historisch Festival Workum te bezoeken. De tocht ging via de bekende route langs de Aldegeaster Brekken (waar vogels in een dode boom een schilderachtig beeld componeerden). Dankzij het mooie weer kon het nuttige met het aangename worden verenigd.

Het aangename was het terugzien van oude bekenden; het nuttige bestond uit het constateren dat de aandacht voor de recente historie met veel enthousiasme wordt uitgedragen. Zowel door de bemanning van de stands in de Klameare als door de bezoekers.

Het historische was op veel manieren merkbaar. Niet alleen op het festival, maar ook toen we weer thuis waren, maar daarover direct meer. (Een goede blog moet immers een uitsmijter hebben, las ik eens in een boekje over schrijven op internet, dat ik in het kader van de permanente educatie doornam.)

De historie werkt door

Van Workum fietsten we via de Aldfaers Erf Route naar Bolsward, waar in de Broerekerk een kunstmarkt bleek te zijn. Een leuke presentatie, met als starter de Sneker kunstenaar Jan Potma die met behulp van de airbrush-techniek een fraaie paardenhoofd schilderde. Op de achtergrond tekende het zonlicht fraaie strakke lijnen in het voormalige godshuis.

broerekerkThuisgekomen maakten we vol verwachting de doosjes open die we van de bemanning van de stand van onze regionale bibliotheek hadden gekregen. Ze bevatten een leeslampje dat je aan een boek vast kunt klemmen. Een nuttig cadeau. Dank daarvoor.

We probeerden ze meteen uit, maar het licht bleef gedoofd. We trokken het plastic lipje uit het batterijvakje. Nog geen licht. Dus het batterijvakje maar open gemaakt.

Wat bleek? Op de stroombronnetjes zaten van die kleverige kleine ‘korrels’, die je vaak ziet bij heel oude ‘uitgelopen’, lege batterijen. Echt historisch materiaal dus.


Toerist in eigen stad…

25 augustus 2015 – Na een geslaagde familiedag tussen het smûkskaazjend beamtegrien van Earnewâld, was het zondag zo’n dag dat de Opregte Sneeker zich uiteindelijk toerist in eigen stad waande.

Frou D. en ik wandelden namelijk met ferme pas via de Domp, waar even iets afgeleverd moest worden, naar de Houkesleat (want we waren Oudvaart/Gangboord al voorbij, dus het Somerrak lag achter ons).

Afscheid van de zomer

Het zonnetje scheen, het water weerkaatste als een rimpelige spiegel de stralen en de vogels kwinkeleerden; kortom wat wil je nog meer op zo’n warme zondagmiddag in augustus. Nee, dan verliep de maandag die volgde wat het weer betreft heel anders.

botenparade Zittend op een bankje vlakbij het aquaduct, zagen we de boten in lange rijen voorbij komen. Van en naar het meer. Het was rond half drie beslist niet rustig. Sloepjes hadden door de harde wind houwen en keren om bij de pomp van Venema te komen.

Amsterdam nam bijna op hetzelfde moment afscheid van de Tall ships van Sail 2015. (Volgens Facebook gadegeslagen door vele (voormalig)prominente Snekers.) Waren wij achter de huizen van de Gravinneweg getuige van het afscheid van de Sneker Simmer 2015? Het leek er wel een beetje op.

Buitenmaats jacht

Tussen al het kleine en grote ‘grut’ doemde een zelfs voor Sneker watersportbegrippen buitenmaats jacht op. Vele jaren geleden sprak ik eens met een jachtbouwer uit Stavoren, die voorspelde dat er een tijd zou komen dat watersporters het jaar rond op hun boot zouden verblijven.

Hier voer dus zo’n schip. Meer dan twee slagen groter dan sommige huurboten, die je herkent aan het grote aantal ‘bongels’ aan de flanken. (En de vele mannen aan boord, die tijd komt weer aan.)

megajacht Al kijkend realiseerde ik mij dat een schip van deze afmetingen straks in Amsterdam, tijdens de HISWA te Water, niet eens echt opvalt. En op de watersportbeurzen in Hamburg en Düsseldorf had ik ze nog wel groter gezien.

Op een bankje met een brownie

We gingen verder, werden bij een winkel naar binnen gelokt voor een verfrissing (je stond er langer in de rij voor de kassa dan dat je de boodschappen uit het rek pakte) en streken neer op de trap van de Somerrak-vuurtoren.

Pas daar zagen we dat er verderop op de ‘boulevard’ nog wel enkele vrije bankjes te vinden waren. Daar hebben we dan ook de laatste slokken uit het flesje fris genomen en de brownie opgepeuzeld.

Een mooie aanlegsteiger met uitzicht op de reddingsboot de Knokkels, die afgemeerd lag aan de Pampuskade. Maar nergens een prullenbak te zien. Pas bij het hokje van de havenmeesters vonden we een grote container.

Hoe vaak zijn we al niet over die steiger gelopen? We vinden het leuker die route te nemen, dan de wat saaie Oppenhuizerweg. Maar het gebrek aan vuilnisbakken was ons nog nooit opgevallen. Nu wel. Dat krijg je, als je als toerist door de eigen stad ‘kuiert’.


Een schiphuis heet nu een boathouse…

18 augustus 2015 – De scholen zijn weer begonnen, althans de lagere. Waarschijnlijk krijg ik nu bergen kritiek van de meesters en juffen, die mij zullen verzekeren dat het tegenwoordig leerkrachten zijn en dat het om basisscholen gaat. Ik loop qua terminologie dus achter. Vergeef het mij.

Maar soms denk ik wel eens, waarom moet er weer een dure naam worden bedacht, terwijl we al goede Nederlandse of Friese termen hebben. Ik fietste bijvoorbeeld onlangs langs de Woudvaart naar Duinterpen, via de Selfhelpweg. En wat zie ik daar op een groot schiphuis staan? Boathouse!

foodtruck Als het een Duitse aanduiding was geweest, dan had ik het nog kunnen billijken. Het betreffende bedrijf heeft namelijk vele klanten uit het land van onze oosterburen. Maar om Engels voor de naam te gebruiken, ik kan er met mijn verstand niet bij.

Indruk maken met buitenlandse naam

Er zijn jonge ondernemers die denken dat ze in ons land een betere indruk maken met een Engelse naam. Ze hebben waarschijnlijk in de start-up-fase te lang achter het beeldscherm gezeten en zich door daar allerlei buitenlandse sites laten inspireren.

Persoonlijk heb ik veel respect voor bedrijven die gewoon in de moerstaal duidelijk maken waar zij voor staan. Neem Jelles Putjesbedrijf, dan weet je toch meteen wat Jelle doet. Kleine klusjes of een verstopping van de put? Jelle belle.

Maar soms weet je al niet meer beter. Zaterdag hebben wij voor het eerst (en waarschijnlijk ook voor het laatst) dit jaar gebarbecued. Waarom zeg ik niet ‘hebben we vlees gebraden boven een houtskoolvuurtje’? Omdat dat te veel woorden zijn voor dat simpele begrip.

Waar rook is, is vuur, maar niet altijd

barbecueWij hebben zo’n barbecue waar je kranten onderin stopt en die steek je aan. (De LC brandt best.) Dan rookt het eerst ontzettend en na een tijdje zit het vuur in het houtskool. Toen de rook begon, vreesde ik snel sirenes te horen, maar dat bleef gelukkig uit.

Mijn smartphone, ook zo’n naam waar ik zo snel niet een korte Nederlandstalige omschrijving voor weet Mijn draagbare telefoon met programma’s, is misschien een omschrijving maar dan ziet de jeugd mij wazig aan en dat komt de communicatie ook niet ten goede.

Op mijn smartphone dus kan ik zien waarvoor de brandweer soms wordt gealarmeerd. Zo zag ik onlangs dat in een verzorgingshuis hier te stede het alarm was gegaan. Oorzaak: het losstomen van het behang. Maar bij los stomen van papier komt toch geen rook vrij?

Nu ik het toch over vlees op de houtskoolgrill heb, dit weekeinde was er een food truck festival op het Flexaterrein. Ik ben er, vanwege het slechte weer, niet geweest.

Maar eh food trucks (zie foto in het begin van dit stukje afkomstig van de organisatie), zijn dat eigenlijk niet gewone rijdende patatboeren, die ook andere etenswaren verkopen als aardappelen? Net zoals Lageveen indertijd in Sneek op het Grootzand begonnen is?


AOW = Altijd Onder Weg…

14 augustus 2015 – Jullie zijn echte AOW’ers. Ik hoor het nog zeggen. ‘Altijd Onder Weg’, het leek deze week zeker het geval. Gingen we maandag met zus H. en zwager O. varen, woensdag stapten we in de trein van Anne Hettinga en fietsten we van Stavoren naar Sneek.

hapje Ja, ik hoor het u zeggen, bewegen is goed voor de mens en vooral als je het Drees-moment gehad hebt (voor de jongere garde onder de lezers: zie Wikipedia). En natuurlijk met een gezond hapje 'de paden op, de lanen in, vooruit met flinken pas' (oude berijming). Nou, de Opregte Sneeker legt de afstand liever met elektrische ondersteuning af.

Knooppunten

Gelukkig heeft sydsulver met dat pedaleren ook geen moeite, dus we hebben in de Gaasterlandse bossen nieuwe fietspaden ontdekt. Dat lukt prima als je daarvoor maar de speciaal voor onze generatie ontwikkelde knooppuntroutes volgt. Dan verdwaal je nooit. Maar zet het voor het vertrek wel even op een door de ANWB ontwikkeld knooppuntenkaartje.

knooppuntenroute En dus zie je de babyboomers van na de oorlog, de generatie die in de jaren ’60 op de barricaden ging voor de democratisering, de vrijheid blijheid en lang leve het individu, die zie je nu juichen als het paaltje met het juiste cijfer is gevonden. Waar zijn onze idealen gebleven?

Op het water heb je geen knooppunten, dus voeren we maandag op eigen gevoel eerst door IJlst, vervolgens richting Osingahuizen om daarna naar IJlst terug te keren om uiteindelijk bij Hommerts de Brekken te bereiken. Een route die ik jaren geleden heb gevaren toen de deelnemers aan de Briorace daar langs moesten.

ijlst

Heen en weer

Ik moet toegeven, mijn bekendheid met de waterwereld rond onze stad is niet meer wat het geweest is. Ik dacht dat ik al bij het Margrietkanaal was, maar de zijtak die ik aan bakboord ontwaarde, was de Woudvaart. Het duurde nog even voordat ik toekwam aan de oversteek naar de Langweerdervaart (en verder).

Tijdens deze tocht merkte ik dat onze gemeente Súdwest-Fryslân het goed voor heeft met de watersporters. De bruggen draaien continu tot acht uur ’s avonds. Maar wat te denken van die gemeente Heerenveen? Die ziet de watersport blijkbaar als een blinde darm, iets waar je eigenlijk ook zonder kunt.

Toen we namelijk nog een rondtochtje wilden maken via de Boarn naar Oudeschouw aan het Margrietkanaal en vervolgens naar de Snitser Mar, daarbij Terherne links latend, kwamen we rond half vijf, ik herhaal half vijf, onthoudt dit, rond half vijf ’s middags, met een paar andere boten voor de gesloten brug in Akkrum te liggen. Die werd pas om vijf uur, ja vijf uur, bediend. Hoezo een toerist vriendelijke gemeente.

Bediening als de bruggen in Heerenveen

Blijkbaar hebben ze in het Friese haagje de openingstijden van de bruggen in de gemeente gelijkgeschakeld aan die in de sloot langs de Fok. Die loopt richting het centrum van het dorp en is een stukje vaarwater waar amper een bootje doorvaart, want het loopt in de buurt van het Posthuis Theater dood. Slechts een pannenkoekschip maakt dat watertje aantrekkelijk voor de varende toerist.

Varen is fijner dan je denkt, was een televisieprogramma voor de jeugd van de jaren ’50 en ’60 (woensdags en zaterdags bij de buren op de grond, een stuiver mee voor een glaasje ranja en een goedbedoeld stukje kleffe kruidkoek). Dat fijne hebben we in ieder geval deze week weer ervaren.

lama
Wanneer we weer op de fiets stappen? Dit seizoen moeten weg en water nog een keer gecombineerd worden in een rondje Snitser Mar. Zo de weergoden en Piet P. het willen. (Al zullen we een lama niet gauw weer tegenkomen.)


Snekers onder mekaar…

11 augustus 2015 – Om in termen van de muziek te spreken: de loftrompet mag gestoken worden over het slotconcert van de Sneekweek. Op de Social Media is dat al veelvuldig gebeurd. Frou D. en ik hebben genoten van deze Sneker variant op het bekende Amsterdamse Prinsengrachtconcert.

publiek De helft van de gracht tussen de Koninginnebrug en de Oosterpoortrotonde werd zondagmiddag ingenomen door sloepen, sloepjes en rubberboten. En de opvarenden konden dankzij de uitstekende geluidsversterking genieten van het gebodene, zoals dat zo mooi heet.

concert Maar wat het concert boven andere Sneekweekactiviteiten uittilde, was het hoge Sneker gehalte van de bezoekers. Het leek wel een reünie. In de pauze maakten we een kuierke langs de grachten (Prins Hendrikkade, Oosterkade, Looxmagracht) en wie we niet tegen kwamen!

Nog sprekender: wie bakte in de tent van Koperen Kees de hamburgers? Kees Leeuwen, ooit uitbater van wat nu dus als Koperen Kees door het leven gaat. En dan denk je onwillekeurig terug aan de clubavonden aan de Parkstraat, aan al die mensen die geprobeerd hebben nadat Kees en Annie afscheid namen, de toko nieuw leven te blazen.

eten Een dergelijke concert kan niet zonder drinken en eten. Het was ruimschoots te verkrijgen. Maar sommigen hadden thuis al het nodige voorbereid en in een Tupperwarebakje gedaan. Anderen bezochten de Jumbo om nog wat (minder duur) geestrijk vocht in te slaan.

Snekers zijn chauvinistisch, zo bleek zondagmiddag ook. Zwaaien met de Sneker vlag, het hoorde er bij. Van de Opregte Sneeker mag dat volgend jaar wel weer. Sommigen met verstand van cultuur, roepen nu al dat een andere locatie mooier is. De Kolkconcerten in het kader van de Sneker Simmer worden aan de vergetelheid ontrukt, het vuurtorentje van het Somerrak wordt als plek genoemd.

vlaggen Wat men vergeet, is dat het karakter van zo’n concert onder meer wordt bepaald door de sloepen die in de gracht liggen. Bij zowel de Kolk en vooral aan het Somerrak zijn de grote schepen in het voordeel en, nog belangrijker, het walpubliek wordt op grotere afstand gezet. Daardoor verdwijnt het intieme karakter van zondag.

Bovendien lijkt mij een scheepvaartstremming van enkele dagen in de doorgaande route van de stad naar de Houkefeart en de Snitser Mar geen goede zaak (dat geldt in mindere mate ook voor het water voor de Kolk).

Aggregaatmuziek

De dag na het Sneekweekconcert vertoefde de Opregte Sneeker na een leuke vaartocht door het waterland rond Sneek nog even in de Kolk. Daar werden we ineens getrakteerd op mechanisch versterkte muziek, die werd voortgebracht op een klein bootje, met behulp van een op de motorkist geplaatst aggregaat.

Die minder aangename ervaring was gelukkig van korte duur. Ik hoorde van verschillende kanten dat het in de Sneekweek (en soms ook daarna) zo nu en dan de spuigaten uitliep, zoveel kabaal van bootjes met megaversterkers aan boord.

Helaas gebeurt het niet alleen op kleine schepen met jeugdige bemanningen. Maandag in de namiddag voer een ‘partyboot’ door de stad. Feestende ‘ouderen’ lieten het publiek meegenieten van hun na-Sneekweekse lol. Ik kan me voorstellen dat er velen een ommetje hebben gemaakt om dat gedoe te vermijden.


De Sneekweek start straks in de Kolk…

7 augustus 2015 – Na vanaf 1992 het publiek bij de Kolk geïnformeerd te hebben over de vlootschouw, was ik vorige week vrijdag voor het eerst sinds jaren weer in de tuin van het Stadhuis. Met andere woorden: bijna een kwart eeuw hadden de in grote getale gekomen pommeranten mijn aanwezigheid moeten ontberen.

panschipper in stadhuistuin
Vanmorgen las ik in de Leeuwarder Courant dat de nieuwe Panschipper 2016 vrijwel zeker volgend jaar niet meer onthuld wordt in wat eens het bestuurlijk centrum van de stad Sneek was. En dus geldt dus ook niet voor de overhandiging van de versierselen behorend bij de onderscheiding Boot van het Jaar.

Dit aangekondigde vertrek viel te verwachten. Wat ooit begon als een intieme bijeenkomst in de raadszaal, veranderde via een stijlvol gebeuren in de eerst kleine stadshuistuin in een ongezellige samenkomst in een entourage die door de nieuwe panschipper Dirk van der Zee terecht omschreven wordt als bunkerachtig. (Van der Zee staat met zijn gezin op de foto van Jan Douwe Gorter tussen de schijnwerpers van het dancefeest).

Niet langer dan een kwartier, svp

Wat is de beste nieuwe locatie? De Kolk. En dan voorafgaand aan de start van de vlootschouw. Wel moet dan het programma van zowel de officiële opening van de Sneekweek als het voorprogramma van de vlootschouw drastisch worden aangepast. En dat zal wel de nodige voeten in de aarde hebben.

In ieder geval geen lange speeches meer. Geen drie keer uitgesproken welkomstwoorden aan bijvoorbeeld (oud) Commissarissen des Konings, burgemeesters, panschippers en anderen. Zo’n opening mag hooguit een kwartiertje, twintig minuten duren inclusief het toejuichen van de nieuwe Panschipper.

We beginnen met het hijsen van de wimpel op de Boot van het Jaar. Vervolgens krijgt de burgemeester het woord, als gastheer. Apotheker kondigt vervolgens de voorzitter van de Koninklijke Watersportvereniging Sneek aan, die de Sneekweek met een kort statement opent. En dan mag Apotheker afsluiten met de huldiging van de nieuwe Panschipper (m/v).

Saluutschoten en volkslied

De Panschipper en zijn gevolg verdwijnen vervolgens naar de boeier Catharina; de tien saluutschoten worden gelost; de muziek zet het Frysk Folksliet in en de speaker vertelt wat over de nieuwe schipper, terwijl de belangrijkste gasten aan boord van het statenjacht Friso gaan. De vlootschouw kan los.

panschipper op boeier
Tradities zijn er om veranderd te worden. De tijd dat de kermis zich keurig hield aan het credo dat het publiek pas welkom was na de opening in de Kolk, ligt al jaren achter ons. Nu draait de reuzestang lustig als de eerste boten de Lemmerwegbrug passeren.

En met het vertrek naar de Sneekweekopening uit het stadhuis naar de Waterpoort heeft de commercie het opnieuw gewonnen van het algemeen gebeuren. Ik zeg met opzet niet het algemeen belang, want dan zou ik de waterskikabelbaan bij het Pottenstrand er ook weer bij moeten halen.

Wat worden de Snekers er beter van?

Wat is de compensatie voor de Snekers voor het verdwijnen van deze traditie ten faveure van de horeca, die negen dagen een muziek- en drankfeest in onze tuin mag organiseren (want de tuin is van de gemeente dus van ons allen)?

Ik ga er vanuit dat de organisatoren van Garden of Dance voor het gebruik van het gemeentelijke groen een substantiële bijdrage in de gemeentekas storten. Zo niet, dan wordt het tijd dat er in ons mooie bestuurlijke centrum een echte ondernemer aan het werk wordt gezet.

Wat zou het bijvoorbeeld mooi zijn als de Sneker horeca, die volgens sommigen in de Sneekweek slapend rijk wordt, ervoor gaat zorgen dat op zondagmiddagen in juli de Sneker Simmer weer terugkomt. Desnoods met een bescheiden bijdrage van de gemeente. Voor wat hoort wat.

Zo worden de echte Snekers tenminste een beetje tegemoet gekomen. Die Sneekweek is toch ook ons feestje. Ik ontdekte dat die echte Snekers tijdens de Sneekweek amper in het centrum van de stad waren te vinden. Ze zochten hun heil bij de Koperen Kees en het Ouwe Vat (dus net buiten de binnenstad).