Terug naar de voorpagina...

Hilarisch en serieus, van Zere Neus tot Thúsfront…

27 februari 2015 - Als ik blog over (bekende) mensen die ik tegenkom, dan is het probleem dat ik al snel geassocieerd word met een zekere Henk (om misverstanden te voorkomen: de Henk die ooit de pagina Privé bestierde in ’s lands grootste dagblad). Het feit dat je BN’ers spreekt, is voor 'n (oud-)journalist een normale zaak, maar wordt door anderen vaak als een vorm van ijdeltuiterij gezien. Daarover straks meer.

Ik zou vandaag eerst wat schrijven over hoe het gedonder in de VVD op mij overkomt. Verheijen beschuldigt van declaratiemisdragingen (op mijn smartphone verschijnt net het bericht van zijn vertrek als kamerlid) en de ex-fractievoorzitter van de gemeente Stichtse Vecht zit achter de tralies op beschuldiging van wietteelt en witwassing.

Niets menselijks is de politicus vreemd, gelukkig maar, het zijn ook maar mensen. Zelfs in de politieke club waarin ik functioneer. Waarmee ik dit gedrag niet wil goedpraten, integendeel. Een politicus, op welk niveau ook functionerend, moet zich realiseren dat niet het eigenbelang voorop staat, maar het belang van de gemeenschap, van de kiezers die hem of haar het vertrouwen hebben geschonken.

Eigenlijk geldt dat voor iedereen die een maatschappelijk verantwoorde positie heeft. Ook buiten de politiek. Volgende week donderdag is de derde aflevering van de serie de Verleiders in Theater Sneek. Deze voorstelling over de banken is uitverkocht. Ik hoorde dat er 200 mensen op de wachtlijst staan. Mochten er dus lege plaatsen in de zaal zijn, dan is dat te danken aan gasten die thuisgebleven zijn omdat “het toch maar om een gratis kaartje van een theatersponsor gaat”.

thúsfront Twee avonden zijn Frou D. en ik met schoonzus J. op de culturele toer geweest. Woensdagavond aan de Westersingel bij het hilarische “De Zere neus van Bergerac” en donderdag zagen wij in het multifunctionele centrum van Winsum “Thúsfront” van Tryater. In beide gevallen een volle bak. In Sneek 600 kaarten, in het MFC bijna 200.

Voor we de dorpszaal binnen gingen, taxeerde ik het publiek. Was niet de verwachting: het wurdt wis wer un fleurige jûn mei Tryater? Wie de problematiek kent, die Romke Toering in het stuk beschrijft, weet dat het er behoorlijk stevig in hakt. Na afloop duurde het even voor het applaus los kwam.

Hoe ervaren ouders het dat zoon of dochter beroepsmilitair wordt en vervolgens op missie wordt gezonden? In dit stuk gaat het over Afghanistan, over Uruzgan. Toering heeft met vele ouders van militairen gesproken en hun zorgen en angsten op een verantwoorde manier bijeen gebracht. Een indrukwekkende voorstelling, die 25 maart zeker een vol Theater Sneek verdient.

Op twee derde van het stuk boeide het me even niet meer. Dat lag niet aan de spelers, met als goede uitschieters Nynke Heeg (de moeder van de zeventienjarige) en haar enige zoon Lourens van den Akker, die soldaat wil worden. Een jongen die op missie in Afghanistan veel eerder volwassen wordt dan je zo’n knaap gunt.

Nee, het lag, achteraf bekeken, aan de structuur van het stuk. Tot dat moment overheersten de monologen, de alleenspraken, en de persoonlijke emoties. Twee alleenstaande moeders en een echtpaar zien hun zonen vertrekken. Van dat echtpaar lijkt de vrouw de enige die zich zorgen maakte. Haar man is van de stoere, om het zo maar eens te zeggen.

Na dit kantelpunt gingen de spelers hun gevoelens delen. Daarna werd ook meer duidelijk over wat de soldaten in het veld voelden en dachten. Eén deed dat live (Van den Akker in compleet gevechtskostuum op een podiumpje), de twee anderen via het scherm, een soort Skype-verbinding. In die zin was “Thúsfront” ook een karakterschets.

cyrano En heel wat anders dan de hilarische familievoorstelling “De Zere neus van Bergerac” met zijn dijenkletsers, degengevechten, misverstanden, foute en goede personen en de verliefde onschuld. Het komt allemaal voorbij en het komt allemaal weer goed. Alle generaties in de zaal genoten ervan.

Een enkele keer kreeg ik het ‘Tour de France’ gevoel, niet omdat de originele Cyrano in Frankrijk speelt, maar door de keuze voor Franse chansons waarvoor nieuwe Nederlandse teksten waren geschreven. Voor de pauze bijvoorbeeld op de muziek van Jacques Brels “Ne me quitte pas” (in Nederland groot gemaakt als “Laat me niet alleen” door Herman van Veen en vooral Liesbeth List). “Zere Neus” eindigde met een bewerking van een chanson van Michel Fugain et le Big Bazar. Een formule die de tv-serie 'Het Schaep' ook tot een succes maakte.

Na afloop werden we door schoonzus voorgesteld aan mensen van voor en achter de schermen waarvan ik de naam of ‘het voorkomen’ alleen maar kende uit boeken en van het televisiescherm. En dan ontspinnen zich leuke gesprekken, die echt niet alleen gaan over wat er op het podium is gepresteerd. Ik zag ze kijken (en denken): wat doet de Opregte Sneeker nou weer met die en die… het zij zo.
(Credits foto's: Saris en den Engelsman (Thúsfront)/Rotheater (Zere Neus))


Rammen maar…

23 Februari 2015 – Zondag zijn Frou D. en ik een dagje naar onze oudste in Leiden geweest. Niet per spoor, maar met de voiture. Dat scheelde op een hele dag gerekend anderhalf uur reistijd in het voordeel van de auto en dat hadden we voor een bliksembezoek er wel voor over. Bovendien… op zo’n zondag is het zelfs tussen Amsterdam en de splitsing naar Leiden en Leiden, de A4 en de A44, naar omstandigheden rustig op ‘e diek.

Maar, zo had de ervaring ons in januari al geleerd, je moet op zaterdag of zondag niet naar een bekend museum gaan. Dan is het namelijk erg druk. Druk door van museumjaarkaarten voorziene grijze plaag’ers; druk door ouders die vinden dat hun kinderen wat culturele beschaving moet worden bijgebracht, kinderen die de middag liever in een ballenbak doorbrengen dan tussen de fossiele resten van vroege en vergane culturen.

carthago En dat helemaal op de eerste zondag van de voorjaarsvakantie, op een dag met een stralend zonnetje maar wel een lage temperatuur; een dag waarop geen schaatswedstrijden op de televisie zijn en je toch een doel na de wandeling hoort te hebben. Ook daar in het culturele en universitaire hart van de Randstad.

Ik heb me wel eens afgevraagd of die belangstelling voor toneel, cabaret en musea thuis met de paplepel is ingebracht. Met alle liefde en respect voor mijn ouders, maar dat is niet het geval. Nee, het waren de leraren die het zaad voor dit alles hebben gestrooid. Tekenleraar Kamermans, het was niet mijn meest geliefde docent en ik niet zijn superleerling, nam ons mee naar tentoonstellingen. Schrik, de organist, bracht ons de muziekstromingen bij, maar ook de verwantschap met onze muziek van de jaren ’60.

Daarna in Utrecht werden we door onze leraar Petersen op vrijdagmiddag meegetroond naar het Stedelijk in Amsterdam en naar Boymans in Rotterdam en niemand naaide er tussenuit om snel de trein naar huis te halen. Kunsthistorica in opleiding Toos, ze was amper ouder dan wij, leerde ons wat DaDa, Cobra, im- en expressionisten en Rembrandt meer inhielden dan louter verf.

En zoveel jaar na dato pluk je daar nog de vruchten van. Het bezoek aan de tentoonstelling in het Rijksmuseum voor Oudheden had in dit geval met archeologie te maken. Carthago, wie kent niet de naam van de stad in wat nu Tunesië heet. In het Rome van voor Christus sprak Cato in de Senaat aan het eind van iedere bijdrage de woorden: ‘en overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden’. En uiteindelijk geschiedde dat.

De tentoonstelling met al zijn dodenmaskers, sieraden en sarcophagen leerde mij het verhaal achter die uitspraak. Cato was bang dat Carthago wraak zou gaan nemen voor een eerder verloren zeeslag, die van 260 jaar voor Christus, waar het op de Middellandse Zee heersende Carthago werd verslagen door het maritiem veel zwakkere Rome.

stormram De Romeinen waren slim en hadden op hun schepen bruggen gemaakt die met behulp van katrollen buitenboord konden worden gedraaid. Daarover bestormden de Romeinse soldaten de dekken van de tegenstander. En zo werden de stormrammen op de voorstevens van de Carthagezen nutteloze wapens. De tijd van rammen maar was voorbij. Maar zo’n scheepsstormram stond prominent wel opgesteld in het museum.

Eén zo’n vinding heeft de historie in belangrijke mate beïnvloed. Want had de vloot van Carthago de slag gewonnen, want dan… dan was Hannibal met zijn olifanten het Romeinse rijk niet binnen getrokken, had Cato zijn mening niet voortdurend herhaald en was Carthago vervolgens niet met de grond gelijk gemaakt.

Toen dat gebeurd was (in 146 voor Chr.) en de grond onvruchtbaar was gemaakt met zout, weende de Romeinse legeraanvoerder Scipio, die verantwoordelijk was voor het drama, zo las ik op een tekst die de tentoonstelling begeleidde. Scipio realiseerde zich dat een beschaving was weggemaaid en dat Rome hetzelfde lot zou ondergaan. 2161 jaar na dato las ik dat. Hoe zou de beschaving zich ontwikkeld hebben als Carthago niet was verwoest?


We binne weer Snekers onder mekaar...

18 Februari 2015 - We binne weer as Snekers onder mekaar mensen. Ut karnaval is foarbij; Drabbelterp sit weer foar un jaar yn de koekmasjine fan de erven Haga. Sneek is weer Sneek. Ut gewoane leven ken syn gang weer gaan.

Gisterafond het de Opregte Sneeker nog even aanskoven bij ut teruggeven fan de stadssleutel, un groot koperen gefal met un skildsje deran. It is meer un simbool dan un teken fan waardichheid wat de ketting fan de burgemeester wel is.

Apotheker het saterdach an ut begin fan ut feest de macht over de stad overdragen en de gemeenteraad het dy in de persoanen fan Petra van den Akker en Johan Feenstra (CDA en PvdA) werom nomen. En su hoart it ok.

Kiek, Apotheker doet su iets allennich mar fanwege syn funksie. Toen hij noch op de Harinxmakade woande was hij un Sneker en kon hij de stad an un ander geve. Mar der in Tersool is hij mar in bitsje mear as un forens, hij is un Sneker om utens.

En dat binne Petra en Johan niet. Dy woane in onze stad. Krek as Theo de Derde (de Boer) en syn helpers Fokko (Dam), Jos (Kroon) en Theo (Koenen). En al die anderen dy gisterafond in de Hofnar waren. En fan de gemeente un slokje kregen, fan hunsels dus.

En nou gaat ut gewoane leven weer ferder. Morgenafond praat de gemeenteraad over de swembaden in Súdwest-Fryslaan. Der sal wel weer un soad folk op af komme. Nyt een plak wil syn chloorbak met un dak derop misse.

It Rak in Sneek blieft buten skot, allenich maar omdat der un langjarich kontrakt leit. Op it Rak falt ok nyt feul meer te besunigen. Fan it kompleks wer oait Nauta en Guido Heereman ons ut swemmen learden, wer wij in ut butenbad fan 50 meter onze diploma's op de 500 meter met klean an en 1000 meter in de swembroek haalden, der is nyt feul mear fan over om trots op te wezen.

Nog un 25 meter bak en un rekreaasjepoel. Dy laatste wurdt un recreatiebad/futobad noemd. Ik snapte earst nyt wat un futobad is, mar ut het te maken met een beweegbare floer en ferwarming fan dertig graden.

Moaie kreten, mar as ik ut Hooppark deur kuier en ik sien by de ouwe jachthaven op side, dan skaam ik mij suver wat. Wat blieft der over fan ut butenbad dat der al jaren fersuterd by leit?

Maar gelukkig, wij krije der un pierebadsje in de open lucht bij. Nee, niet de iisbaan bij de Luwwarderdijk. De iisklup is al bezig emmers bij mekoar te soeken om de baan leech te skeppen.

Nee, foar dat nij bad mutte je naar de meer fietse. Optheden is ut noch un flink swemplak bij de Potten. Maar jumme wete ut: in sien wieshied het de raad besloten dat der in stuk fan ut swemplak af mag foar un "toeristische attractie". Der magge je aanst (tegen betaling) rondsjes surfe, mar je wurde dan wel an een toutsje deur un een motor trokken.

Je mutte dat su sien: it is eigenlik un skilift die niet omhooch komme ken. Niet een met sun gondel, mar der komt sun balkje an en dy mutte je dan in it krus klemme. It skient by mannen wel us sear te doen. (Der is ut jodelen ok deur ontstaan, hewwe se mij ferteld.)

Ik hew niet un soad ferstaan fan skieën, mar ik hew wel begrepen dat je feilige pistes hewwe en onfeilige. Nou, de onfeilige leit in de Potten dus binnen de palen fan de skilift en de feilige, der blieft mar un klein randsje foar over, dy leit derbuten.

Der hewwe al mensen sollisiteard op ut baantsje fan pistebewaker en kassier. Mensen met erfaring yn ut butenlân. Ik sach sundach by de karnavalsmis al ien oefenen.


Het is stil in de binnenstad….

16 Februari 2015 – Het is vandaag stil in de binnenstad van Sneek, stil in ieder geval vergeleken met zaterdag toen de carnavalsoptocht door de stad trok. En, haters van dit feest, weest gerust, pas in februari 2016 zult gij weer geconfronteerd worden met de leut van de Oeletoeters (m/v).

Prins Theo de Derde en zijn gevolg zijn vandaag bij Rösenmontag in ’s Hertogenbosch en morgen bereiden zij zich voor op het einde van het feest. Maar dat weet de fanatieke surfer langs de Sneker blogs natuurlijk allang.

Een korte terugblik mijnerzijds op wat in mijn “ûnthâld” is blijven hangen. (Volgens de stijlboeken van sommige landelijke dagbladen moet ik woorden uit vreemde talen cursief schrijven, maar zo modern ben ik nu ook weer niet.)

stadhuis Laat ik beginnen met zaterdagochtend in het gemeentehuis van Súdwest-Fryslân locatie Drabbelterp (vanaf morgenavond 23.11 uur is het weer Sneek, het is maar dat u het weet). Twee hoogtepunten: de speech van de Vorst en de uitreiking van de Aggemabokaal.

De naam van deze immense beker is ontleend aan de kreet Aggema-leut-hebt, die burgemeester Van Haersma Buma citeerde bij de overhandiging van de stadssleutel in 1986. En leut (=plezier) staat voorop bij de gedecoreerde club: de Bonte Sneeker Avond. Klaas Visser en Yde van Dijk namen de wisselbokaal en de herinneringsschaal in ontvangst (foto Jan Douwe Gorter).

aggema-bokaal Theo de derde kwam met een speech in het Sneekers waarin hij fijntjes op bepaalde “misstanden” in onze Waterpoortstad wees. Kleine speldenprikjes zonder grof te worden. De leukste was wel deze: “Je krije in Sneek eerder un gedicht fan Henk van der Veer an ‘e broek as un parkeerbon”. Een compliment aan Theo enne... de speech past (met een paar kleine aanpassingen) perfect in de BSA.

stadssleutel De optocht, daar kon niemand in Sneek omheen. Wij, Frou D. en ik, helemaal niet, want we kwamen de stoet drie keer tegen. Vlak na het vertrek, vervolgens op de Oosterdijk en als laatste en grotendels op het Oud Kerkhof. Fraaie wagens en leuke loopgroepen.

confettikanon Zondag een bijzondere carnavalsviering in de Sint Martinuskerk aan de Singel. Een volle bak, veel muziek en een verrassend duet van pastoor Van der Weide en Ineke van Klaveren-de Boer. Een staande ovatie volgde, die de eerwaarde relativeerde met de woorden: “nu u toch staat” waarna hij voorging in het Heilig Evangelie.

duet Toen ik de kerk verliet, moest ik denken aan een uitspraak van Gerard van het Reve tijdens een symposium in het Aere Perenius aan het Kleinzand (nu een Chinees Restaurant). “Wat mij aantrekt in de katholieke kerk is niet het geloof, maar de zang en dans”, aldus de gelouterde zichzelf volksschrijver noemende toenmalige inwoner van Greonterp bij Blauwhuis. Alaaf.


Lentekriebels?

13 Februari 2015 – Men heeft het wel eens over lentekriebels. Sinds enkele dagen herken ik dat gevoel weer: de wandelschoenen aan en naar buiten allemaal. De paden op, de lanen in. Daar lokt de wielewielewaal…”. Deze strofe is niet helemaal correct, want als de wielewaal gevonden wordt, dan is de zomer in het land, zegt het liedje, en zover is het niet.

Frou D. en ik trokken dus op een mooie doordeweekse dag de stoute schoenen aan en stapten in een vlot tempo naar de bibliotheek. Je moet natuurlijk wel een doel in het leven hebben, vooral als je anders-actief bent. Het weer was een beetje suterich, heel anders dan vandaag.

Ik zal niet vermelden welke spannende lectuur wij hebben gescand (om het straks weer via een streepjescode uit te checken). Maar wel leg ik hierbij vast dat ik stomverbaasd was over het grote aantal mannen en vrouwen dat het leeszaalgedeelte aan de Wijde Noorderhorne bevolkte.

En onderweg naar huis, viel het mij op dat velen van mijn generatie door de stad kuierden. En in waren voor een praatje. Ik ben zo vrij te concluderen dat ik voortaan voor een simpele boodschap de helft meer tijd moet uittrekken dan vroeger .

Dat werd mij gisteren en vandaag opnieuw duidelijk toen Frou D. en ik enkele grootwinkelbedrijven hier ter stede frequenteerden (dit klinkt wat duurder dan boodschappen doen; geeft er wat meer cachet aan).

Opnieuw veel gesprekken tussen de schappen (daar komt het woord vriendschappelijk dus vandaan), terwijl om ons heen jongelieden met winkelwagentjes ons met de ogen smeekten om meer ruimte voor het passeren met hun voorraad.

Want wij rustige kletsende past-werkendende blokkeren rustig met ons winkelwagentje vijf minuten lang de vitrine met kaas. Maar als we even later zelf in het nauw gedreven worden door schappenvullers, foeteren we over de weinige ruimte die ons nog tussen de koffie en de koekjes rest. Tja, het is het een of het ander.

Er kwam een lumineus idee in mij op. Helaas staat er in de ..-winkel geen ideeënbus, anders had ik daar een briefje in gedeponeerd met de volgende tekstsuggestie voor een spandoek.

“Om een vlotte doorstroming in onze winkel te garanderen, verzoeken wij u overdag uw partner thuis te laten. ‘s Avonds bent u van harte welkom samen en kunt u ongestoord onder het genot van een kopje koffie bijpraten met uw mede-pensionado’s. Bij voorbaat dank. Namens de directie en personeel, Piekema (niet van de sigarenwinkel ooit aan de Singel).”

Zou het helpen?


Van het ene in het andere carnaval…

10 Februari 2015 - Vorige week zaterdag was de laatste voorstelling van de Bonte Sneeker Avond, de veertiende editie alweer. Volgend jaar dus een jubileum. Zondag was de (openbare) start van het carnaval middels de prinsenreceptie van Prins Theo de Derde en Jeugdprins Ruben in de Stolp. Daar maakten Dieter ("Ik ben al 73 en de oudste diskjockey") en wethouder Mirjam Bakker (zie foto onderaan) hun opwachting.

dieter Wat hebben de BSA en het carnaval met elkaar te maken, zal de lezer zich in gemoede afvragen. Eigenlijk niets, hoewel beide een feest horen te zijn voor de toeschouwers. In het ene geval voor de mensen in de zaal; in het andere voor de mensen langs de route van de optocht. (En wees gewaarschuwd: het confettikanon rijdt weer de hele route mee en spuit.)

Een tweede factor die je in beide ‘evenementen’ terugvindt, is het plezier wat de makers hebben. Het straalt er vanaf. De verzuchting “jammer, het is weer voorbij” hoor je zowel bij de BSA’ers als bij de Drabbelterpers. En na een paar weken kriebelt het weer. “Wat gaan we volgend jaar doen?”

Er is nog een overeenkomst: er worden grapjes gemaakt, er wordt de spot gedreven met kleine en grote misstanden in de gemeenschap. Dat gebeurt op een manier die bij de toeschouwers een gulle (glim)lach oproept. Zo hoort het tenminste, heb ik in de literatuur gelezen.

bonte sneeker avond Men zegt dat onze maatschappij verhardt. Terugkijkend op de Bonte Sneeker Avond constateerde ik ook een verharding in de humor. Gelukkig niet in alle sketches, maar wel op een aantal momenten. Neem zo’n verhaaltje van Bob Reen over de zusters in de Wiekslag, het zusterhuis. Het was net over de top, net wat té.

Misschien heeft hij de tijd met de verpleegsters zo beleefd of daarop gehoopt, maar verschillende bezoekers die ik na afloop van de BSA sprak, hadden een hele andere ervaring met de nonnen en de verpleegsters. Na de pauze stak Reen met behulp van een paar dranghekken op een veel subtieler en vooral genietbaarder de draak met de Houkepoort-problemen.

Je zag die “lach of ik schiet”-trend ook terug in de slotconference van hoofdrolspeelster Heabeltsje de Jong. Dijenkletsers oproepen, prima, maar zo nu en dan, bijvoorbeeld als het gaat over de behandeling door de masseur, lag het er wel erg dik bovenop. En dat hoeft niet, dat bewezen Heabeltsje en haar tableau de la troupe verschillende keren.

Zaterdag gaan we genieten van de carnavalsoptocht, maar daarvoor vinden de nodige rituelen plaats als daar zijn bezoeken aan bejaardenhuizen en scholen en zaterdagmorgen de overdracht van de stadssleutel aan Prins Theo (de Boer) de Derde. Op het Waltaplein van het stadhuis. Zondag is het publiekseinde met de Carnavalsmis in de RK kerk aan de Singel. En dan gaat het feest voor de Oeletoeters nog even door met als uitsmijter de teruggave dinsdagavond van de sleutel aan raadsleden en het afzetten van de steken.

Ik ben er nog steeds niet achter wat mensen er toe drijft om zich een aantal dagen per jaar te transformeren tot andere personen. Ik ken verschillende Oeletoeters en Oeletoeterinnekes redelijk goed en dat zijn serieuze mensen die zich op vele manieren maatschappelijk en sociaal voor de gemeenschap verdienstelijk maken.

wethouder bij jeugdprins Maar ineens trekken ze een “vorstelijk” gewaand aan of steken zich in keurige avondkleding. Ze behangen zich met ladingen blik aan kettingen. En in de optocht zijn ze vaak onherkenbaar. Eens hoop ik achter hun drijfveren te komen.

Na het carnaval is het heus niet uit met de pret, gaat de slinger niet onder het bed, om met legendarisch volkszanger Lou Bandy te spreken. (Hij komt overigens niet voorbij tijdens de week van zestiger jaren, die NPO 5 Nostalgia nu houdt.) Eind maart, op de 22ste om precies te zijn, is er weer een Sneeker Middach, waar rijp en groen het gevoel Sneek mag uitdragen. Uiteraard in het meest Sneker café, dat fan Vellinga an ‘e feemerk. Wordt dat het carnaval van de Sneker cultuur?


Hoe het ene Maarten in 2050 vergaat…

6 Februari 2015 – Wij schrijven zomer 2050. De binnenstad van Sneek ligt er verlaten bij. Een enkele eenzame bejaarde schuifelt achter zijn rollator langs de verlichte etalages. Scootmobiels scheuren over wat vroeger de rijweg was. Auto’s zijn uit het straatbeeld verdwenen. Googlesystemen leiden ze naar de parkeerplaatsen en –garages.

In de Stadsfenne is de Albert Heijn omgetoverd tot een helihaven voor drones, die de per internet bestelde boodschappen komen brengen. Het immense pand is nu een distributiecentrum. Het parkeerterrein een speelplaats met allemaal plastic hamsters.

Wie begin 21ste eeuw is opgegroeid, kent zijn stad niet meer terug. De enige winkels die nog in de binnenstad te vinden zijn, zijn telefoonwinkels, computerzaken en zorgkantoren. Winkels worden nog amper bezocht. Wie boodschappen wil doen kan daar immers een smartphone of een computer voor gebruiken.

Door de vergrijzing is het inkopen van zorg ook een bloeiende handel. Zorg mag dan wel via internet te regelen zijn, maar voor de groeiende groep behoeftige bejaarden is een bezoekje en contact face tot face een uitje, sinds de dagactiviteiten in de zorgcentra door bezuinigingen zijn gesneuveld.

infozuil Vandaag is Maarten O. naar Sneek gereisd, met de rolstoeltaxi betaald uit het persoon gebonden budget van de WOO (Wet Ouderen Ondersteuning). Vandaag is er weer eens een reünie met Sjoerd, Gea, Wigle, Leo P., Mirjam en Durk. Hayo is verhinderd.

Helemaal zeker van de afspraak is hij niet, want zijn geheugen laat hem de laatste tijd wel eens meer in de steek. Dat gebeurde vroeger ook wel eens, maar dan heette het politiek en was het functioneel.

Eens in de tien jaar drinken ze als oud-collega’s een bakje op het verwarmde terras van de Wijnberg en kijken ze terug op hun dienstbare jaren, dienstbaar aan de gemeenschap. En doen ze wat leuks, een museumpje bezoeken, kijken hoe pepermunt bij Tonnema wordt gemaakt en zo.

Maar Maarten O. is wat aan de vroege kant. Het terras bij de Wijnberg is nog leeg. Maarten O. vraagt zich af: “Hoe breng ik de tijd in afwachting van… niet in ledigheid door?” Maarten O. denkt: “Er is vast wel iets leuks te doen in Sneek. Maar hoe kom ik aan mijn informatie?”

Hij wil het internet niet raadplegen; zijn megabytes op de telefoon zijn bijna op en hij moet via het www de terugreis nog regelen. Maar ineens weet hij het. De VVV, de Vereniging voor Vreemdelingen Verkeer, daar weten zij alles, althans in de tijd dat hij de financiën van de gemeente onder zijn beheer had. Je kreeg er op iedere vraag wel een antwoord waar je wat aan had.

Zoekend gaat zijn blik door de Marktstraat. Alles wat hij ziet, maar geen VVV-kantoor. Hij fronst zijn wenkbrauwen, goede raad is duur; hij staat op en schuifelt naar het gemeentehuis, print een volgnummertje uit en na een paar minuten (langer duurt dat niet, want alles gaat immers ook bij de gemeente via de digitale snelweg) parkeert hij zijn rollator naast het loket.

“Goedendag. Ik zoek het VVV”
De duidelijk door het UWV gestuurde werkloze die via de voorgekookte vragen en antwoorden van de computer de zeer geïnformeerde lokettist kan spelen, kijkt Maarten O. aan.
“Het VVV, daar heb ik nog nooit van gehoord. Maar ik zal eens informeren. Een bakje koffie?”

Op een gemotoriseerd theeblad wordt even later een plastic bekertje met inhoud aangevoerd.

Maarten O. voelt een klopje op zijn schouder. Naast hem staat een ietwat gebogen man, waar het jongste ook af is.
“Mijn naam is Van Odendes, ik ben de gemeentearchivaris. U vroeg naar de VVV. En waar u die kon vinden? U bent toch Maarten O. Weet u niet meer dat u de VVV zelf hebt wegbezuinigd?
Ik kan nog er nog kwaad om worden. Een stad als Sneek waar zoveel toeristen komen, een stad die dankzij al die toeristen een wereldfaam had, waar tientallen vrijwilligers hun vrije tijd in de service aan de gasten staken, een stad waar we allemaal trots op waren, een A-merk, die kon volgens u wel zonder VVV.
Nee, zei u altijd, kijk maar eens naar Oostenrijk, daar in de bergen, daar hebben ze het prima voor elkaar. Daar koesteren de middenstand en de horeca, daar koestert het particuliere initiatief het toerisme. Daar werkt men allemaal samen.
Hier in Sneek mooi niet. En de overheid laat het vervolgens afweten.
De toeristen kunnen nergens meer met hun vragen naar toe en blijven weg? U ziet toch hoe stil het op straat is.
Nou, zoek het maar mooi zelf uit.”

Maarten O. kreupelt achter zijn boodschappenkarretje (voor mensen in de derde jeugd) het gemeentehuis uit. Hij loopt naar de Wijnberg en zijgt neer op het terras, waar zijn oud-collega’s inmiddels zijn gearriveerd.

Na het uitwisselen van de nodige ditjes en datjes, zegt Maarten O, initiatiefrijk als altijd:
“Wat doen we vandaag verder? Heeft iemand een idee?”
Maarten O. kijkt de kring rond. Men zwijgt.
“Niemand? Dan moeten we maar even informeren bij het VVV wat er allemaal te doen is.”


De teloorgang van de streekbladen…

5 Februari 2015 – De verschraling van de lokale nieuwsvoorziening lijkt definitief. De directie van de Noordelijke Dagblad Combinatie wil alle journalisten van de streekbladen, die het concern uitgeeft, ontslaan. Bovendien levert een groot aantal redacteuren van de NDC-dagbladen (Leeuwarder Courant, het Nieuwsblad van het Noorden en het Friesch Dagblad) een aantal uren in, wat ook een bezuiniging betekent.

Hoe motiveert de directie van de NDC dit? De advertentie-inkomsten lopen terug, niet tegenstaande het feit dat de economie weer aantrekt. Verder heeft de “ontlezing” gevolgen voor het abonnementenbestand. Overigens is de trend dat de “betaalde consumptie” van het krantennieuws via internet toeneemt.

Maar zijn ontlezing en minder verkoopboodschappen de echte reden dat deze operatie bij de NDC nodig is? Niet alleen. De maatregelen zijn volgens de NDC-directie nodig om een miljoenenschuld aan de bank te voldoen, een schuld ooit is ontstaan door miskopen van directie en besturen.

Het verhaal is wat ingewikkeld, maar het komt erop neer dat ooit uitgeverijen van een landelijke mediagroep zijn overgenomen. Die aankopen leken winst op te zullen leveren, maar die hoop vervloog toen de (al voorziene) klad in de boekenmarkt kwam. En in plaats van een bijdrage aan het bedrijfsresultaat van de kranten, werd het een verliespost.

De NDC leek deze klap te kunnen opvangen, maar toen sloeg de crisis in de krantenwereld toe. De advertentiemarkt zakte in en het aantal abonnees liep terug. De banken moesten bijspringen. De schuldenlast nam toe.

Vanuit de nalatenschap van de oude Frieslandbank werd een stevige deelname toegezegd, mits de schulden werden hergefinancierd, een mooie term voor nieuwe afspraken over terugbetaling met de banken.

Je kunt je afvragen of de samensmelting van een familiebedrijf met een (deels) ideële stichting, de fusie van de Groninger Hazewinkelgroep en de Friese Pers tot NDC, wel zo verstandig is geweest. Het gevolg was in ieder geval dat er ‘geen courantiers meer aan de top zaten’, zoals een voormalige hoofdredacteur van de LC eens zei.

En als de centjes het belangrijkste worden en niet de producten, dan wordt de neergang ingezet. Samenwerking maakt slagvaardiger, is het credo in de kringen van (interim)managers, maar eerlijker is te zeggen: samenwerking moet het goedkoper maken. Wat in veel gevallen niet ten goede komt aan de kwaliteit.

Zie wat er gebeurt met bijvoorbeeld de rubrieken in de LC anders dan op de regiopagina’s. In Sneon en Snein en in Wonen verhalen over Groninger en Drentse onderwerpen. We komen het ook tegen op de economiepagina’s. Zitten de inwoners van Friesland daarop te wachten?

De streekbladen gingen op elkaar lijken door de uniforme uitstraling. In alle streekbladen kwam een aantal identieke “servicepagina’s”. Dus worden al een tijdje de aankondigingen van bijvoorbeeld voorstellingen in Balk, Sneek en andere centra vooraf gegaan door een pagina met nieuws over een optreden in Stadskanaal of Martiniplaza in Groningen. Hoezo streekblad… Bovendien worden we af en toe vergast op een door de computer samengestelde agendapagina.

Misschien denken ze in de top van de NDC wel dat door minder aandacht te besteden aan de kwaliteit van de streekbladen en het streeknieuws, er meer abonnees voor de dagbladen komen. Een ijdele hoop. Ook één streekadvertentieblad voor de hele provincie zal echt geen soulaas bieden.

De redacties van de streekbladen konden vervolgens door deze operatie wel met minder redacteuren toe. Om verder op de kosten te besparen werden stagiaires ingezet en freelancers. Incidenteel zag men nog deze collega’s bij een raadsvergadering of een persconferentie.

Het grootste deel van hun tijd brengen ze nu door achter het beeldscherm en aan de telefoon. Ik weet dat ze daar niet het meeste plezier aan beleven. Journalistiek is immers een creatief vak en niet bedoeld om louter persberichten te bewerken.

De voeling met het werkgebied verdwijnt zo ook en juist die voeling maakt een krant aantrekkelijk voor de lokale lezer. Een directie die dat verschijnsel niet onderkent, is voor een nieuwsmedium niet geschikt. Een hoofdredactie die het belang van de (lokale) nieuwsvoorziening, immers het belang van de lezer, niet weet te waarborgen, moet zich geen hoofdredacteur noemen.

Als de plannen doorgaan worden de redacteuren van de Sneeker, de Bolswarder en Balkster en van alle andere NDC-streekbladen, per 1 juli ontslagen. Als doekje voor het bloeden mogen ze als freelancer blijven werken voor het concern. Misschien dat er nog een bosje rozen af kan, als doekje voor het bloeden.

Wat de praktijk wordt, kunnen we afmeten aan wat er is gebeurd met de fotografen in vaste dienst van de NDC. Ze werden collectief ontslagen, maar mochten foto’s blijven leveren. Maar wel tegen een lager tarief en als ZZP’er werden ze gedwongen om meer opdrachtgevers te zoeken, want anders moest de NDC de inhoudingen ophoesten. Dat willen ze in Leeuwarden/Groningen niet en dus kon wie alleen voor de LC werkte, het wel schudden.

Als nu gepensioneerde mediaman/zelfstandige nieuwsboer weet ik van de hoed en de rand. Ik heb vanaf 1990 mijn eigen pensioenvoorziening geregeld en als ondernemer de hele rataplan van belastingen en verzekeringen. Maar dat was mijn eigen keus. Die keus hebben mijn collega’s niet. Dat is triest. En een concern dat zich altijd heeft beroepen op zijn sociale karakter onwaardig.


Heabeltsje en keizer Augustus...?

3 Februari 2015 – Deze en afgelopen week trekt de Bonte Sneeker Avond weer duizenden vrienden en vriendinnen van Heabeltsje de Jong naar het theater aan de Westersingel. Voor de veertiende keer viert de bewoonster van de Klip haar verjaardag met Molly en alle gasten. (Daarover meer in een latere column.)

Dat feest heeft ook op ons huwelijkse leven de nodige impact. Frou D. is enkele avonden in het theater in ’t spier. Juist, het spreekwoord zegt het al, gezelligheid kent geen tijd. Dus heb ik dan avonden tijd zat om bij te lezen.

ijskunst Dat er overigens meer is op de wereld dan theater en boeken, bleek zondagmiddag toen we even langs de ijskunstenaars in de binnenstad kuierden. Daarna togen we naar Ferwert waar Marjolein Meijers optrad in het kleinste theatertje van Noordoost-Friesland.

Marjolein zagen we voor het eerst rond 1985 in de foyer van het Amicitia Theater. Ze vormde toen met Hans Kemeling de Berini’s. Ze toert momenteel onder het motto: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd, onder meer langs de kleine theatertjes, zoals dat van Pingjum. Met muzikale ondersteuning van Walter Kuipers en diens broer Onno zorgde ze voor een genoeglijke en intieme voorstelling.

Toen Frou D. in het theater was, las ik in “Augustus” van John Edward Williams. Dit boek gaat over Octavianus Caesar die uiteindelijk keizer Augustus werd genoemd. De eerste keizer in de geschiedenis van Rome en het Romeinse rijk.

augustus Machtsspelletjes, manipulaties en intriges om het eigen politieke lijfsbehoud, zogenaamd in het belang van de staat, dat is het thema. Huwelijken stonden in het teken van het politieke overleven. Liefde kwam op de tweede plaats.

Dagboekfragmenten en brieven van verschillende betrokkenen en getuigen belichten de gebeurtenissen van verschillende kanten. Williams baseerde zich bij het schrijven van “Augustus” wel op historische feiten gebaseerd.

In onze tijd komen ook gekke dingen voor. Denk aan Berlusconi en denk aan Dominique Strauss-Kahn, de vroegere directeur van het Internationaal Monetair Fonds. Zowel voor de Italiaan als de Fransman werden sexfeesten met dames van lichte zeden georganiseerd. En beiden kwamen voor de rechter terecht.

Elitevorming leidt tot uitwassen. Soms gedwongen door de omstandigheden. Met elite bedoel ik niet een groep bijzondere, hoog geplaatste mensen, maar gewoon een select gezelschap. Een gilde vormde vroeger ook een elite.

Kleine en jonge partijen moeten bijvoorbeeld bij het samenstellen van een verkiezingslijst de kandidaten in een selecte groep zoeken. Dat maak ik ook op uit het bericht in de LC van zaterdag over de statenlijst van Friese Koers, de groep rond Jelle Hiemstra, de Sneker oud-VVD’er en oud-PVV’er.

Op nummer drie staat een oud-Sneker VVD’er. Nummer twee schrijft de LC fijntjes een voormalige buurvrouw van Hiemstra. So what. Kijk maar eens op de lijst van andere splinters. Daar vind je ook vriend(inn)en en familieleden van de lijsttrekker op. Maar gelukkig, dergelijke problemen lossen zich vanzelf op.