-kopTerug naar de voorpagina...

De LC-agenda en de Sneekweek...

31 juli 2015 - Aan de vooravond van de 80ste Sneekweek even aandacht voor hoe de weekagenda van de Leeuwarder Courant donderdag de Sneekweek vermeldt. En voor welk beeld ik daar dan bij krijg.

Alle dagen valt dit te lezen: 'Sneekermeer en de Poelen, Sneekweek: zeilevenement met o.a. zeilwedstrijden, kermis, muziekfestival en warenmarkten'.

De zeilwedstrijden dat lijkt mij voor de Snitser Mar logisch, maar waar wordt in hemelsnaam in die Sneekermeer en de Poelen de kermis gehouden? En waar het muziekfestival en waar de warenmarkten?

Verder komt In de rubriek Uit Sport konsekwent de afbreking snee-kweek voor. Met andere woorden het kweken van een snee. Je snijdt jezelf in de vingers, meerdere malen om meer sneden te kweken, zeg maar.

Ach, ik snap het wel. In het agendasysteem van de Leeuwarder mag je maar een beperkt aantal tekens invoeren, en de computer breekt Sneekweek volgens de regels voor de dubbele medeklinker af.

Maar het is en blijft fout. Arme computer, vergeef het hem: hij weet niet beter.


De Opregte Kniesoor viel bijna over cijfers…

28 juli 2015 – We worden bedolven onder de jubilea. De Slag bij Waterloo is 200 jaar geleden geleverd, ons Koninkrijk bestaat even lang. De SKS is van 1945, dus 70 jaar, de Sneekweek beleeft de 80ste editie en het is 200 jaar geleden dat de eerste Hardzeildag plaatsvond.

sneekweek Toen de Opregte Sneeker één van zijn vorige blogs schreef, twijfelde hij nog aan de laatst genoemde jubilea. 80ste Editie en 200 jaar geleden? Na telefonische consultatie van de voorzitter van Historisch Sneek (en voormalige medewerker van het Fries Scheepvaart Museum) Jelmer K. en enig rekenwerk, was die twijfel verdwenen.

Inderdaad werd 200 jaar geleden voor het eerst een vorm van Hardzeildag gevierd maar hardzeilen zoals we dat nu kennen, was niet aan de orde. Het was nog admiraalzeilen, een vorm van wedstrijdvaren die in de Franse tijd verboden was. Het hardzeilen zoals wij dat nu kennen, kwam later in die negentiende eeuw in zwang.

Het is niet de 200ste Hardzeildag, want in 1943 en 1944 is er vanwege de oorlogsomstandigheden geen Sneekweek georganiseerd. Er is echter wel sprake van de 80ste Sneekweek. Als je namelijk alle jaren tussen 1934 en nu telt en daar de twee oorlogsjaren aftrekt, kom je op het ronde getal 80.

Dus nu feest en over twee jaar weer, want dan is het echt de 200ste Hardzeildag en gaan we helemaal uit onze bol. Hoe? Twee weken Sneekweek? Kermis, volle terrasjes en een weerman Dirk van der M. die we moeten loskoppelen van zijn drone en omkopen om mooi weer te leveren.

regen Ik ben de afgelopen dagen wat angstig geworden. Al die bakken water die over ons werden uitgestort. En die harde wind. Zoonlief en vriendin reden met de auto zaterdagmiddag van Sneek naar de randstad en hadden vier uren werk. Normaal is het een rit van twee uurtjes.

Maar Dirk verzekert ons dat we het dieptepunt hebben gehad. Alle reden om te gaan genieten van de laatste dagen SKS en de Sneekweek.

De Opregte Sneeker vergeet voorlopig Buienalarm en Buienradar op de smartphone, zet de weeralarmen uit, berust in het feit dat de Panne geen kampioen wordt en groet u.


Wat staat er in de Sneekweekbladen…

23 juli 2015 – In deze zomerse weken van skûtsjesilen en Sneekweek ben ik altijd benieuwd naar wat uitgevers nu weer voor brood zien in de toeristische activiteiten. Die interesse is vanzelfsprekend een uitvloeisel van het (oud)journalist zijn.

Nu, ik word niet teleurgesteld, er valt veel stof tot lezen op de mat. Maar ook stof voor verbazing. Neem de superdikke Sneekweekkrant van uitgeverij De Media uit Drachten. Op de achterpagina staat een advertentie voor coca cola met daarin een skûtsje. Maar die tjalken zeilen niet in de Sneekweek.

En dan het welkomstwoordje van hoofdredacteur Wendy Noordzij. Dat is een voorbeeld van de klok horen luiden, maar de klepel is onvindbaar.

‘Na de Franse tijd werd in 1814 een zeiltocht naar Joure gehouden. Daaraan deed ook Jacob Sjoukes Visser uit Sneek mee. Hij was gedeserteerd uit Franse krijgsdienst en bereikte veilig de finish. Daarna werden elk jaar zeilwedstrijden georganiseerd, wat uiteindelijk uitgroeide tot de Sneker Hardzeildag.’

sneekweekkranten Afgezien van de stijlfouten in bovenstaand citaat, is het historisch onjuist wat er staat. Het is precies andersom dan wat zij schrijft. De doodgewaande Jacob Sjoukes Visser werd door Sneker zeilers uit Joure gehaald, toen in de Waterpoortstad bekend werd dat hij veilig en wel in Joure was aangekomen.

Het meest opmerkelijke is dat op pagina 14 van de betreffende krant (64 pagina’s dik waarvan 47 advertenties, qua tekst 9 pagina’s Sneekweek (inclusief voorpagina en pagina 2) en 8 pagina andere activiteiten. Hoezo Sneekweekkrant?) ook aandacht wordt besteed aan het ontstaan van Hardzeildag en dat stukje tekst is wel conform de werkelijkheid. Blijkbaar is dat de eindredactie/ hoofdredactie niet opgevallen.

Dat ze in Drachten niet weten dat de Sneekweek in de eerste plaats een zeilevenement is, wordt ook duidelijk als je het Programma Sneekweek 2015 doorneemt. Nergens in die agenda, op geen enkele dag, worden de wedstrijden op ‘de Meer’ vermeld. Nee, het zijn alleen de horeca-activiteiten en de kermis.

In de Sneekweek 2015 krant, de bijlage van het Sneeker Nieuwsblad, die overigens maar 24 pagina’s telt (waarvan 9 redactioneel over de Sneekweek (incl. voorpagina), één over andere watersportactiviteiten en verder advertenties), staan geen integrale persberichten van bijvoorbeeld Sneek Promotion. Die zijn bijna allemaal wel zo goed als onverkort opgenomen in het Drachtster blad. Ook de aangeleverde kopij en foto’s van de straattheaterdag vullen vele pagina’s.

Ik heb voor de aardigheid de verdeling van beide kranten eens in percentages van de omvang omgerekend. Dan blijkt dat de Sneeker 37,5% van de bijlage aan de Sneekweek besteedt tegen de Drachtster 14%. (Tel je daar de niet-Sneekweek gerelateerde tekst bij op dan komt de Sneeker op bijna 42% tekstpagina’s en de Drachtenaren op 26,5%).

In advertenties gaat het in de Sneeker om 58% en in de Drachtster om 73,4%. Conclusie: de Sneker Sneekweekkrant is een nieuwsblad en de Drachtster een advertentieblad met een naam die als vlag de lading maar voor een klein deel dekt.

Ik heb de bijlage van de Sneeker met meer plezier en meer waardering gelezen dan wat de Drachtster advertentiefuik afleverde. De eigen verhalen over Evert Steensma, Maria Poiesz en vele zeilers plus bijvoorbeeld Bas Hollenberg van de Stichting Uit in Sneek gaven mij meer voldoening.

(Er schijnt ook een Sneekweekgids in omloop te zijn. Volgens een bericht op Facebook zou dit blad al verspreid zijn. Niet in onze straat; ik heb het nog niet gezien. Maar dit terzijde.

sneekweek_2014 Een ding moet mij nog van het hart: iedere keer weer lees en hoor ik dat de Sneekweek dit jaar verlengd is tot negen dagen. En dat vanwege de 80ste editie. (Vorig jaar duurde hij ook langer in de Sneeker Binnenstad, dus zo nieuw is dat niet.)

De Sneekweek is het zeilevenement en dat duurt gewoon van zaterdag tot en met donderdag. De rest is een toetje feest, zonder zeilwedstrijden en zonder kermis.

Gewoon extra dagen drukte en inkomsten voor de horeca. Net als Kleintje Sneekweek en Swinging Sneek. Overigens van harte gegund daar niet van, maar noem die dagen geen Sneekweek meer.


What’s is the name, Horatio…

21 juli 2015 – Het hierboven aangehaalde citaat van Shakespeare klopt niet helemaal, ik weet het. (Het is ontleend aan ‘Romeo en Julia’, Horatio is een persoon uit Hamlet. Ik heb maar de bloggende vrijheid genomen om de twee beroemdste toneelstukken van de oude William aan elkaar te koppelen.)

strepen in lucht Als aandachtstrekker voor dit zomerse stukje is het wel aardig. Vind ikzelf. (Net als bovenstaande foto.) De laatste weken werd ik namelijk gefascineerd door de taalkundige discussie die de ombudsvrouw van de Volkskrant aanzwengelde onder de kop ‘Het wordt tijd dat de Volkskrant het woord allochtoon afschaft’.

Conclusie van het verhaal: laten we voortaan schrijven over Turkse-Nederlanders, Marokkaanse-Nederlanders, Surinaamse-Nederlanders etc. En passant werd ook het begrip allochtoon, dat wat mij betreft allang achterhaald is, naar de taalkundige geschiedenis verwezen.

‘Neutraal is het woord - ooit bedoeld als objectieve vervanger van minderheden - allang niet meer. (…) Bovenal is het een vaag containerbegrip.(…) Volgens de standaarddefinitie is iedereen met tenminste een ouder geboren in het buitenland een allochtoon. Iemand met een Britse moeder en Nederlandse vader dus ook. Een algemenere definitie is 'van elders afkomstig' (Van Dale).’ Einde citaat uit het betreffende Volkskrant-artikel.

Ik wil het hier niet hebben over de al of niet versterkende werking van het wij-zijgevoel, dat sommige geleerden en journalisten aan zo’n allochtoon-begrip toekennen. In het taalgebruik, met name in bepaalde kringen van doorgeleerde mensen en bestuurders, doet zich echter een ander (versluierend) verschijnsel zich voor.

Een voorbeeld uit eigen ervaring. Ooit zat ik in een (politiek) forum over de zorg. Op een bepaald moment moest ik de groep duiden die wij als kinderen ‘gekken’ noemden. Ik deed dat met de volgens mij in die tijd gangbare omschrijving ‘geestelijk gehandicapten’.

Ik werd prompt terecht gewezen door een ouder. Hij ging voorbij aan het onderwerp van de discussie en kapittelde slechts mijn woordgebruik. Het ging, zo zei hij, om ‘mensen met een beperking’ en daar mocht geestelijk dan nog wel aan toegevoegd worden, maar eigenlijk niet.

Tegenwoordig zijn het ‘mensen met mogelijkheden’. Maar dat containerbegrip of die parapluformulering of vul maar een synoniem in, dekt voor mij de lading niet. Want ik weet dan niet om welke mogelijkheden het gaat en op welk gebied.

Bovendien bakent het de groep niet af. En dat is wel belangrijk als je het hebt over delen van de maatschappij. Mensen die slagen voor hun Vwo-diploma zijn ook mensen met mogelijkheden. Niet voor niets heb je doelgroepen.

Eigenlijk is elk mens iemand met mogelijkheden. En heb je een nieuw versluierend begrip geïntroduceerd, een begrip waar je alle kanten mee op kunt en waar je niet op gepakt kunt worden. Noem alstublieft de dingen bij de naam.

Gelukkig gebeurt dat in de zeilsport nog altijd. Daar is een klapgijp een klapgijp en niet ‘een onder invloed van de wind plotseling van bakboord (links gezien vanaf het achterdek naar de voorsteven) naar stuurboord (rechts etc.) (of andersom) ongecontroleerd over zwiepend rondhout dat aan de onderzijde met het grootzeil verbonden is’.

Dat overkwam Douwe Visser met de Sneker Pan zaterdag bij Grou en vervolgens raakte de grootschoot vast aan het Heerenveenster skûtsje. Uiteindelijk finishte Visser als veertiende.

Hij werd evenwel als dertiende geklasseerd toen Gerhard ‘Nanocoating’ Pietersma werd uitgesloten vanwege het niet verlenen van voorrang in verband met het keren voor de wal. Een wal keert zoals bekend een schip en dat mag je ook in het skûtsjesilen je tegenstander niet aandoen.

Morgen mag ik weer met de sponsoren van de Sneker Pan, het Dicky van der Werf-fonds, naar het skûtsjesilen. Op de Snitser Mar (vanouds de meer) volgen we de strijd bij Terherne, waar vorig jaar nog indrukwekkend de slachtoffers van de vliegramp boven de Oekraïne werden herdacht.

Ik heb er zin in om de Friese skûtsjesilers op de stalen schepen in actie te zien. Of moet ik voortaan schrijven Fries-Nederlandse skûtsjesilers? En straks, in de Sneekweek, over het Fries-Nederlandse team (dat won op de Kaag, van harte) en het Hollands-Nederlandse?


Fan moarn ôf farre se wer hurd, de 14…

17 july 2015 – Moarn set yn Grou it SKS-skûtsjesilen wer útein. De organisaasje bestiet 70 jier; it earste kampioenskip wie yn augustus 1945. De kampioen wie Klaas van der Meulen dy’t foar Starum fear. Nei him is it Wâldseinder skûtsje neamd.

It is foar de Opregte Sneeker ek in bysûnder jier. It earste sûnt 1971 dat ik der net by belutsen bin, alteast foar it wurk. (Earst foar de krante, dêrnei foar de radio en letter as ferslachjouwer foar it publyk op ‘e wâl).

Op 2 augustus ferline jier, de dei nei de 69ste SKS-silerij, sette ik in punt efter myn Snitser Internetkrante. Ik sil de wedstriden dus no as ‘ambteloos burger’ folgje, fia de media en sa no en dan op of by it wetter.

Yn dy krapoan 44 jier is der in soad feroare. It silen waard fan in folkloristysk barren in echte hurdsilerij. De Douwe Vissers kamen yn it plak fan mannen as Sytse Hobma en Jan van Akker.

Boppedat waarden de belangen grutter. De pleatslike kommisjes stekke in soad jild yn de skippen en wolle resultaat sjen. De goeie skippers meie bliuwe; de mindere goaden ferdwine nei in pear jier.

De jongere generaasje mannen oan it roer fan in skûtsje (wannear sjogge wy de earste frou as baas oan board?) syld mear op it reglemint as eartiids. En de romte dy't de orizjinaliteitseasken amper noch biede, wurdt opsocht.

De namme fan de Snitser skipper Gerhard Pietersma fan Earnewâldster skûtsje falt geregeld as der oer mooglike winners praat wurdt. (Pietersma fertsjinwurdiget de skippers yn it SKS-bestjoer.)

Hy fart hurd dit jier, wurdt der sein. En dat mei men ek ferwachtsje fan de tûke skipper fan it provinsjale Statenjacht mei safolle jierren ûnderfining as bemanningslid en skipper.

Op Facebook hat in grutske Ale Bok wiisd op it feit dat it Earnewâldster skûtsje behannele is mei in nanocoating. Dat is in moderne soarte fan ferve dy’t ‘vocht- en vuilwerend’ is, sa stiiet op websiden fan lju dy’t dat guod ferkeapje. ‘Vochtwerend’ betsjut neffens my dat it ûnderwetterskip glêder is en bliuwt, dus minder wjerstân fan it wetter ûnderfynt en dertroch hurder farre kin.

Yn it ferline hawwe wy de diskusje hân oer katoenen en dacron-seilen. Dat is ta in útdragen saak komme omdat der gjin geskikt katoen mear te krijen wie. Der is praat oer de blokken dêr’t de skoaten troch moatte, der is praat oer it sylhûet fan de skippen en de seilen. Hast alles is fêstlein yn it ‘originaliteitsreglement’ dat hast alle jierren bywurke en fêststeld wurdt.

Oer dat ûnderwetterskip is amper wat fêstlein yn it reglemint. Tarre ûnder it skip wurdt net mear brûkt, fanwegen it miljeu fansels. Grafyt (potlead) noch wol; oer anti-fouling wurdt ferskillend tocht. En no slacht dus de moderne nanotechnology ta.

Kwa sport binne Tour de France, skûtsjesilen en Snitswike fêste punten yn it simmerlibben. De Tour en it skûtsjesilen binne fansels net te fergelykjen (al haw ik alris de eare hân om yn de lanlike radio-útsending fan de Tour it skûtsjesilen en it hurdfytsen oan inoar te plakken).

Wurdt de nano-coating fan Earnewâld no de (media)hype fan it skûtsjesilen dy’t it nije enerziedrankje fan hurdfytser Froome en syn Skyploech yn de Tour driget te wurden? Wat sille Gjalt en Simone der fan sizze?

Sippy en Klaas en ek Henk binne der oer útpraat.


De Griekse yoghurt smaakte weer…

14 juli 2015 – Vanmorgen heb ik de ochtendpap de ochtendpap gelaten en Griekse yoghurt met honing gegeten. Een beetje om te vieren dat de Europese regeringsleiders er uit zijn gekomen, al moet het Griekse parlement nog ja zeggen tegen iets dat nog erger is dan waar de Grieken eerder nee tegen hebben gezegd.

Ik heb goede ervaringen met Grieken en goede herinneringen aan hen. Ja, met zo’n formulering verzacht je bij je gesprekspartner het gevoel dat je eigenlijk tegen hem en zijn mening bent. Doorgaans volgt er dan immers ook nog een maar…

strand kos Griekenland ken ik zoals de meeste Nederlanders Friesland kennen: van de buitenkant, oppervlakkig. Je komt in de toeristengebieden, maar hoe het werkelijke leven in het land is, hoe de economie er voor staat buiten de grote steden, daar maak je nauwelijks kennis mee.

Zelfs als Fries binnen Friesland weet je maar een kwart of minder van wat zich bijvoorbeeld afspeelt in een krimpgebied als Noordoost-Friesland. Je rijdt naar Holwerd of Lauwersoog voor de boot naar een Waddeneiland, je ziet de dorpen en de boerderijen van de buitenkant en dat is het.

In Istanbul praatte ik eens met een Turk over Erdogan. Hij wees mij op het grote verschil van denken tussen de mensen in die stad aan de Bosporus en in Ankara en de mensen van het platteland. De stedelingen zijn over het algemeen progressief; het platteland is conservatief en voelt zich daarin gesteund door de omstreden president.

istanbul Dat verschil, maar dan op een ander niveau, zie je ook terug in Súdwest-Fryslân, ja zelfs in Sneek. De dorpen zetten ze zich nog altijd af tegen de steden en hoe ziet een Noorderhoeker in Sneek aan tegen iemand uit bijvoorbeeld De Brekken? En andersom.

Jarenlang heeft Rink van der Velde dat verschijnsel prachtig beschreven en 'misbruikt' in zijn ‘weekblad’ Bokwerder Belang, de bekende rubriek in de Leeuwarder Courant. Het was Bokwerd tegen de hoofdstad en die uit de hoofdstad zagen het altijd verkeerd.

Het heeft ook te maken met vertrouwen. Tegen iemand of iets dat je vertrouwt, daar zet je je niet tegen af. Onbekend maakt onbemind. Wat de boer niet kent, dat lust hij niet.

Het is klein tegen groot. Griekenland tegen de rest van Europa; Europa tegen de grootmachten in de wereld; Iran tegen Amerika. Daar moet je mee leren leven. Het klinkt fatalistisch, maar het is wel zo.

Als eenling heb je datzelfde idee over wat ver van je af staat: de uitkeringstrekker versus het UWV, de belastingbetaler versus de belastingdienst, jij versus de gemeente of het rijk. De groten hebben het altijd (verkeerd) gedaan.

Vervolgens zakken we onderuit in de stoel voor de televisie om te ‘genieten’ van in scene gezette en gemonteerde ‘reality soaps’. En we kankeren met in de ene hand een pijpje bier en in de andere een zakje chips. En we knikken instemmend als de Nederlandse Le Pen weer iets heeft getwitterd.

Maar met onderuit hangen, kankeren en knikken kom je niet verder. Je kunt beter actief inzetten. In een politieke partij, wat mij betreft in een actiegroep. Met zijn allen proberen wat te verbeteren.

De gemeenschap zijn we immers met zijn allen. De gemeente, de provincie, het rijk, we zijn het met zijn allen. En de over ons gestelden betalen wij ook met zijn allen.


Fersup se in de Sneker namen…

10 juli 2015 – De partisipasiemaatskeppij slaat weer toe. Se tochten op ut gemeentehús: is ut nyt leuk as de mensen self de naam bedenke magge fan ut sloatsje fan Metz, dat groeven is by de ranewech del.

Un priisfraach en de eeuwige roem foar de bedenker, dat is de bedoeling, krek as met ut Duvelsrak en dat andere houten ding over de groate dyk.

Mar we hewwe toch un kommissie met mensen fan kwisekwansje, mensen dy ferstaan hewwe fan de histoarie en su?

Leuk docht ik, toen ik de oproep in ‘e krante lezen hat. Dat mut de Metzfaart wurde, want dy wu dat sloatsje toch su graach toen hy wethouwer was. De gewone mensen salle it gauw de mestfaart noeme, naar de ouwe asbak dy der flakbij in de buert leit het.

sommerrak Inienen sach ik dat der wel un foarwaarde was: ut moest un Frystalige naam wurde. Dat is ut beleid in Fryslaan, waard derby skreven: waterlopen in Fryslaan mutte in ut Frys.

Ik su al teleursteld achterover sakke in de túnstoel, dat ken nou weer, toen ik my wat bedacht. Klopt dat wel, dy foarwaarde? Ik mut my al sterk fergisse as dy regeling nyt wat anders seit. Even kieke op de webside fan de provînsy en wat staat der:

‘Provinciale Staten hebben op 15 maart 2006 de Friese waternamen vastgesteld. Gemeenten hebben de ruimte gekregen om namen aan te dragen die recht doen aan hun eigen taalbeleid, bijvoorbeeld in het Fries, Nederlands of in een eigen streek- of lokale taal.’

Nou ken je sêge, dy rumte was der allenich by de ynfoering fan de regeling, mar later is wel de naam fan in stuk fan de Houkesleat ferandert in Somerrak. (Sien de offisjele kaart fan de provînsy wer ik un stukje uthaald hew.) Dy ferandering was op fersoek fan de gemeente Sneek. Dus Snekers mach wel.

Der komt noch by, su meen ik te weten, dat de Friese naamgeving foaral bedoeld is foar de faarwegen in beheer by de provînsy. Dat klopt dus met wat hierboven staat over de beleidsrumte dy der foar gemeenten is.

Wat het Súdwest-Fryslân besluten over de naamgeving? Dat is te finen in de ‘Verordening naamgeving en nummering…’ dy op 14 jannewary 2011 yn werking gaan is. Sien foaral lid 2 fan ut sitearde artikel.

'Hoofdstuk 2. Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen

Artikel 2 lid 2
Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en zo nodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.'

In sloat is openbare rumte dus de gemeente kan eigen beleid foere, het de raad self faststeld.

Mar leit der ok wat fast over it al of nyt bruken fan ut Fries of ut Snekers foar sukke namen? Folgens my nyt. Ik hew ut ok nyt fine kennen in de nota ‘Frysk Taalbeleid’ fan 2014.

Dy nota begint met in fraaie sin :
‘Súdwest-Fryslân is in meartalige gemeente dêr’t it Frysk en it Nederlânsk noflik neist inoar brûkt wurde. In unike kombinaasje dêr’t wy grutsk op binne. ‘

Yn de tiid dat ik in de raad fan Sneek sat, hewwe wy ut ok over ut taalbeleid hat en toen is op myn foarstel ut stadsfries en ut Snekers der ok in opnomen. Derfan is in dy nota ‘Frysk Taalbeleid 2014’ geen woord werom te finen. Hewwe de Sneker raadsleden toen sitte te slapen?

Wat my betreft kan dus ut sloatsje langs de A7 dus best un naam in ut Snekers krije. Werom dat goed kan, hewwe jum hierboven leze kennen. Ik sal over wat namen prakiseare. En ik roep jumme op: fersup ut gemeentebestuur in de Sneker namen.


We hebben de helft weer gehad…

7 juli 2015 – En dan realiseer je je ineens dat de helft van 2015 al weer voorbij is. Vroeger was een gevleugelde vraag op woensdagmiddag ‘Heb je dat gezaag ook gehoord?’ Als er dan verbaasd gekeken werd, was de verklaring: ‘de week is middendoor gezaagd’.

En nu die eerste zes maanden erop zitten, kijk je vooruit naar wat nog gaat komen: 2,5 week Tour de France, het skûtsjesilen, de Sneekweek (de 80ste) en veel zeilkampioenschappen. En tot slot van de zomer Swinging Sneek. Dat gaat zeker weer snel voorbij zijn. Dan gaat het theater weer open en voor je het weet is Kerstmis achter de rug en ligt 2016 op grijpbare afstand.

tour de france Het lijkt ook wel alsof alles eerder komt dan verwacht. Voor je er erg in had, stonden de stoeltjes weer op de banken. De schoolvakanties zijn dit jaar in onze regio vroeg begonnen. Ik hoor luid en duidelijk mededelingen van de leiding van het Karwei Timmerdorp over de ijsbaan schallen.

Vroeger, ja kinderen opa wordt oud, was er een week lang Jongens en Meisjesstad (‘…gaat nooit verloren, knoop het in je oren (2x)’). Een topsong was ook ‘Ik heb een potje met vet op de tafel gezet’ en dat werd de hele optocht langs de Zwette en door de stad herhaald. Jarenlang kon ik dat lied niet meer verdragen.

Sommige liedjes en kreten zijn onlosmakelijk aan een bepaalde tijdspanne in je leven gekoppeld. ‘Oh schone maagd, ook kommapunt, waarom is uw liefde mij niet gegund. Uw weigering deed mij mijn harte breken. Ik steek mij dood, met een uitroepteken’. Dit schone vers hoorde, net als ‘allewiejo, allewaaijo’ etc. bij de zeilschool van de jeugdherberg.

En wie kent nog ‘the Piedpiper’ van Chrispian St. Peters? Het was een hit toen ik met een schoolklas in Londen was. Ik kocht dat singletje daar in een achterafwinkeltje. (Ja, jongens en meisjes, een single was een schijfje dat je op een draaitafeltje legde. Net zo’n draaitafeltje als in de magnetron, maar dan anders.)

En nu de tour na Nederland en België richting kasseien in Frankrijk toert, speelt ‘Ik ga naar Frankrijk’ van de Amazing Stroopwafels door mijn hoofd. Waarom? Dat zal ik wel in mijn memoires uitleggen. Als die ooit worden geschreven. Dat is een verhaal apart.

Op mijn beeldscherm links dendert het peleton richting Cambrai, de renners gaan door de Belgische Ardennen, lijkt me. Gisteren was er die grote valpartij waarbij Tom Dumoulin en Cancellara tot de slachtoffers behoorden. Tom werd direct afgevoerd; Cancellara finishte met twee geblesseerde rugwervels. En staakte ook de strijd.

Zij worden nu gesteund door hun eigen mantelzorgers. Ik ben dat ook een keer geweest, mantelzorger. Frou D. was gevallen en een schouderblessure was het gevolg.

Met liefde heb ik haar gesteund tot ze weer zelf in staat was de dode knopjes uit de bloemen te halen en het fijne schoffelwerk voor haar rekening te nemen. Als zij moet lijden, doe ik dat ook. Uit solidariteit.


Twee keer snikken in Sneek

1 juli 2015 – Ut wurdt snikhyt, beste mênsen. En derom het de organisaasie fan Lekker Sneek Someredisie it feest mar met un snik fan spyt oulast. Mar se hewwe gelyk.

Se kenne nyt garandere dat ut eten goed blieft in dy hitte. Ons gesondhied kan in gefaar komme en dat kan fansels nyt. Dan krije se de keuringsdienst fan waren - of hoe dat nou ok mar heet - op ut tentdak. En dy is nyt mals.

Mar ut is wel sneu dat it nyt deurgaat. An de andere kant, ik sal der geen traan, geen snik om late.

Folgens sommige skrievers op internet was oulopen saterdag 'Sneek met een Snik' geen smartlappefestival en dat was wel de bedoeling. Ut werd houwen fanwege ut fijfjarich bestaan fan Lui Ut Sneek, un sangfamilie futkommen ut de karnavalsfereniging de Oeletoeters.

overzicht It is meskien ferkeard aankondigd. Spitich, mar nyt erch. Ik hew my best fermaakt en de enige smartlap dy ik hoorde, hat foar my un gouwen rane: 'Droomland'.

Op 'e jaarlijkse feestavend fan oans middelbare skoal hewwe Jaap S. en ik dat nummer noch speuld. Op 'e akkordeon. We hadden as begeleider drummer Dries H. die ut trommelspul fan syn oom bruke mocht. Su 'n een met alle toeters en bellen derop en deran, dat drumstel dus.

Ut skoalfeest was altyd twee avenden. De earste foar de lagere klassen (klas 1 en 2) en de tweede foar de lui ut drie, fier en fijf. Met bal na! (Ik geloof dat Eddy fan der Lei (later fan de Panbar) noch met syn Luwwarder dansorkest de Red Hot Peppers de mezyk fersorchden.)

Omdat der ok noch un toaneelstuk opfoerd wurde moest, mocht ons trio de tweede avend mar twee fan oans drie nummers speule. Mar oans laatste liedsje was een feestpotpory en derin sat un spesjale akt.

We hadden namelik un Urker fisserskostum an. Op de earste avend sakte myn broek naar beneden(der sat noch un andere, nette broek onder, dus ut bleef netsjes).

Dat gebeurde krek bij ut 'ta ra ra boemdie'. Bij de 'blikken dominee' kon ik gua de broek ophijse. Sukses fersekerd. Dus dat moest de tweede avend ok gebeure, anders was onze sjo nyt kompleet.

Mar fanwege dat toaneelstukj draaiden se onder ut klappen foar ut tweede nummer ut doek dicht. Mar wy begonnen gewoan met de potporie en dus moest ut doek weer open en konden wij oans optreden oumake. Met broekhijsen en al. Tot freugde fan onze leararen, in elk gefal fan Henkie Stellingsma saliger.

snikkeraars 'Droomland' was dus de enige smartlap dy ik saterdach, sittend op ut terras, herkende. Geen 'Ach vaderlief', geen 'Aan de muur van het oude kerkhof', allenech un paar André Hazes nummerkes en fansels 'Mexico' fan de Sangeres sonder Naam. Mar dat dat binne geen smartlappen, fyn ik.

'Droomland' werd net als de 'Parelvissers' songen deur de 'Snikkende Snitsers', seuven geoefende sangers begeleid deur un akkordeonist. Ut binnen neffens my leden fan Rolling Home en ut katholieke kerkkoor.

Lui Ut Sneek binne nou fijf jaar by mekaar en derom was dit feest organiseerd. Ut was meskien kwa smartlappen geen sukses, ut was in de Marktstraat wel hartstikke druk en gesellich. Fan my mag ut folgend jaar derom wel weer. Onder ut motto: 'Sneek snikt it út'.

En wat ut weer fan de komende dagen anbelanget: hou it hoofd koel. Dat doet de Opregte Sneeker ok.