-kopTerug naar de voorpagina...

Hoe hoger je komt, des te dieper je valt…

28 mei 2015 – Wat zal woensdag de dreun aangekomen zijn, daar in dat voetbalwereldje in Zurich. De voetbalbobo’s verheugden zich al op het feest rond de herverkiezing van meneer Blatter. Zeven van hen, waaronder twee van vicepresidenten van de Wereldvoetbalbond FIFA en nog een zootje hoge voetbalpiefen uit Noord- en Zuid-Amerika, werden echter aangehouden.

Het was komisch te zien dat ze voor de media werden afgeschermd met lakens, toen ze naar de auto’s werden gebracht om naar het bureau van politie te worden vervoerd. En dat terwijl hun foto’s zo op internet te vinden zijn, want de namen van de arrestanten waren uiteraard in no-time bekend.

Woensdag las ik nog een huilerig interview met de dochter van voetbalopa Sepp (79. Sepp dus, niet zijn dochter). Er was geen betere en integere man als haar vader. De media meldden vanmorgen dat hij Zwitserland niet mag verlaten, want ook hij zal worden gehoord in deze zaak, die draait om steekpenningen en andere gunsten plus zelfverrijking.

Voetbal staat steeds meer in een kwalijk daglicht. Antisemitische spreekkoren en rellen lijken op de achtergrond te geraken. We werden eerst uitgebreid geïnformeerd over matchfixing (het manipuleren van uitslagen middels omkoping van spelers en scheidsrechters). Een Nederlander speelde daarbij een kwalijke rol (zie het proces in Duitsland).

Vervolgens zagen we dat Michael van Praag (en twee anderen) die zich wilden kandideren als opvolger van Blatter, tegen een muur van mogelijk corrupte bondvoorzitters elders in de wereld knalden. Zij steunen Blatter omdat hij zo goedgeefs en gul is met het geld dat met voetbaltournooien verdiend is. Maar alleen gul uit eigen belang.

Hoe lang is het geleden dat we op de velden aan de Lemmerweg konden genieten van het edele voetbalspel, begeleid door de schopbewegingen van Pier Schurer langs de lijn. En dat we alleen de wedstrijden tegen Jubbega en Zwaagwesteinde vreesden? Complottheorieën zijn tegenwoordig de kers op de appelmoes voorr de media. De Volkskrant meldde bijvoorbeeld woensdag dat BB King mogelijk was vergiftigd door zijn manager en diens assistent. Twee dochters van de bluesheld (hij had vijftien kinderen verwerkt, waarvan dertien nog in leven zijn, maar dit terzijde) hebben een klacht bij justitie ingediend. De Telegraaf suggereert dat dit uit teleurstelling over de erfenis is.

Ik was eerst bang dat het om de in Sneker voetbalkringen niet onbekende Bouke A. ging. Hij was immers de man die BB King naar Nederland haalde en hem als sponsor introduceerde bij wat toen nog gewoon ONS heette. Gelukkig werden de namen van de potentiële daders in het artikel genoemd. Bouke stond er niet bij en dus was mijn hart weer gerust.

Complottheorieën inderdaad. Een paar jaar geleden werd er een verband vermoed tussen al de blijkbaar vele popmusici die op 27-jarige leeftijd dood gingen. Die hype is voorbij. Nu duiken de media op de artiesten die op onverklaarbare wijze – misschien - door hun aasgieren/managers naar de hemelse podia zijn gedirigeerd. Was kolonel Parker, die Elvis tot het laatst begeleidde, niet een Nederlander waar een luchtje aan zat?

Het moge duidelijk zijn: ook de Opregte Sneeker is een meester in het vinden van verbanden die er niet zijn. Hij heeft de mogelijke vermoorde BB King via de voetbalclub ONS uit Sneek aan Blatter en de FIFA te koppelen. Wij wachten het nieuws uit Zwitserland en Amerika af en houden u op de hoogte (of niet).


We maken er (altijd) een feestje van…

26 mei 2015 – De officiële (christelijke) feestdagen zitten er op, tenminste voor wat betreft de eerste maanden van dit jaar. Dus zijn we even van de (feest)drukte van de grote evenementen af.

Nee, beste lezer, ik heb echter geen hekel aan feestjes, ook niet als ze massaal gevierd wordt. Maar maandag ervoer ik weer eens dat we steeds meer een sportief gebeuren met sirenes en disco-installaties ‘begeleiden’. Is die trend in 1985 begonnen, toen we na 22 jaar eindelijk weer de schaatsers konden aanmoedigen tijdens hun barre tocht?

zwanen Geniet van Friesland, zag ik vorige week in een annonce staan, een advertentie die was geplaatst vanwege de Fiets Elfstedentocht van Tweede Pinksterdag. Geniet de fietser nog als geforceerd geprobeerd wordt de herinnering aan die schaatstocht der tochten levend te houden?

Frou D. en ik stapten maandagmiddag op onze E-bike om de sfeer in Bolsward weer eens te gaan proeven. Facebook had gemeld dat Theo Ruis ook in Bolsward was, vandaar. We hadden nu de kans, want door de vroege Pinkster waren wij niet op Terschelling, maar aan de vaste wal.

Bij de hoek van de rondweg en de weg naar Ysbrechtum zag ik het al. In gelid opgestelde klapstoeltjes met applaudiserende en uit veldflesjes drinkende toeschouwers, net als bij de doorkomst van de oldtimers en op 5 mei de oude legervoertuigen.

Dat is nog wel te pruimen. Toen wij echter richting het dorp van wijlen mijn oude leraar Frysk Douwe A. Tamminga pedaleerden, knalde de housemuziek ons tegemoet. Het kwam uit de boxen van een disco-installatie die zelfs in een grote zuipkeet voor overlastklachten zou zorgen.

Uit veiligheidsoverwegingen zochten we maar een paar binnenwegen op. In Nijland werden we getrakteerd op een sirene, iedere keer als een tandem met Friese kaasmeisjes passeerde. En idem dito werden zo de (door de matenclub gesponsorde) bak- en oude transportfietsen aangemoedigd en vooral de op klompen zwoegende adolescenten.

We hebben Bolsward Bolsward gelaten en zijn een vele kilometers omvattende grote boog volgend via fraaie landelijke wegen huiswaarts gekeerd. We kwamen andere echtparen tegen die ook liever van de rust dan van het rumoer van Tweede Pinksterdag genoten.

En dan ineens zie je zo’n landelijk tafereeltje: een broedende moederzwaan en vader zwaan die een zwanenkuiken of hoe dat ook maar mag heten, bewaakt (zie foto boven).

Een eindje verderop in dezelfde sloot zwom een vader en een moeder met zes kuikens. Toen rekende ik even: als die zes nu ook zes pykjes krijgen en die elk ook weer zes, dan zitten we over een paar jaar met een zwanenplaag, net als nu met de ganzen. Worden die vogels dan ook vergast?

pontje Thuisgekomen zette ik de foto de zwanen klaar voor dit blog en toen viel mijn oog op twee andere foto’s die zeker niet in de verborgen krochten van internet mogen verdwijnen. De eerste is van een paar weken geleden. Bij een wandeling langs de Franekervaart, achter de kinderboerderij langs, zagen we hem ineens weer terug: het pontje dat vele jaren, voor mij sinds mensenheugenis, de verbinding tussen het jaagpad langs de Zwette en het ‘appelhof oan de oare kant’ verzorgde.

steen En een andere (winderige) keer – het waait wel veel de laatste tijd, vindt u ook niet – zag ik een gedenksteen, bij de brug in de rondweg Leeuwarderweg-Houkesleat. Het was de eerste keer dat die mij opviel en het zuiltje moet er, gezien de datering, al bijna tien jaar staan.

Misschien dat ter gelegenheid van het komende tweede lustrum er even een opknapbeurt kan plaatsvinden, want dit is geen gezicht meer. Een gedenksteen moet immers geen steen des aanstoots worden.


Kom van het dak af of ga uit je dak…

22 mei 2015 – We leven in de tijd van het Eurovisie Songfestival. De media staan bol van de jurk van Trijntje en het tilt op van de voorspellingen over wie morgen in Wenen uit zijn dak gaat. Nederland in ieder geval niet.

Eén ding staat wel vast: de Oostblok- en de zuidelijke landen schuiven elkaar de punten toe. En Australië wint, maar doet maar één keer mee en dus wordt de nummer twee de nummer één.

Ik ben nog van de generatie die Corry Brokken heeft zien winnen (‘een beetje’) en die Trea Dobbs de Ploemploem huppeldepup heeft zien dansen. Of dat op het songfestival was? Dat weet ik niet meer. Daarvoor moet ik te rade bij onze nationale songfestivalkenner, de heer drs. A.B. te D.

daktuin/ Ik hoef voor de ultieme kennis van het songfestival niet ver te reizen, blijkt nu. Uit onze eigen Waterpoortstad kreeg ik een corrigerend mailtje. 'Een beetje' werd gezongen door Teddy Scholten en Corry Brokken zong 'Net als toen'. (Bedankt Wim D.)

Toen ik gisteravond ons Theater Sneek verliet, de fiets ontsloot en mij omdraaide, keek ik naar de gevel die ooit bij ene Y. van ’t H. te A. de volgende vraag deed opborrelen: ‘Welke dronken timmerman heeft dit gebouwd?’.

In het bijna nachtelijke duister zou hij zich nu hebben afgevraagd: ‘en wie geeft daarboven de bloemetjes water?’. Ik zag een boompje bloeien. Of is het gras? Het past wel bij een theater. Je zet er de bloemetjes buiten.

Iedere keer als er tijdens de bouw een ‘persmoment’ was, vroeg ik onze theaterbaas plagerig wie de geitenhoeder van het theater zou worden. Tegenwoordig zie ik zo nu en dan portier Cor met zo’n dier door de hal scharrelen. Er moet nu ook een hovenier zonder hoogtevrees worden ingehuurd.

In die jaren van Corry en Trea bekeerde ik mij tot de popmuziek. Ik had namelijk een Philips radiobouwpakket (een printplaat met een bakelieten spoel en daar zelf omheen gewonden koperdraad plus een oortelefoontje) in elkaar weten te knutselen.

Tussen de kraakjes en piepjes van radio Moskou (fantaseerde ik), hoorde ik de peetvader van alle Nederlandse diskjockeys, Peter Koelewijn van Radio Luxemburg. Zachtjes, dat wel, maar dat kwam natuurlijk door de grote afstand tussen Sneek en Luxemburg.

De Rock & Roll van die jaren werd opgevolgd door de beat met de Beatles en de Stones als grote namen. Niet veel later brak de Amerikaanse popmuziek door, onder andere door Simon and Garfunkel. Donderdagavond was er een optreden van de Simon and Garfunkel Revival Band in ons Sneker theater.

revival Volgens de ronkende recensies herleven Paul Simon en Art Garfunkel in deze band het beste (overigens, Paul en Art leven nog). Jan Sluyter (oud-speler van vroeger Krite Snits en nu Teater Snits) is dinsdag overleden. De laatste keer dat ik met Jan praatte, was in ditzelfde theater.

Revival is doen herleven, leer ik uit het woordenboek. Het is wat een rage in de muziek. Bands laten de muzikale helden van weleer herleven. In het komende theaterseizoen komen de Dutch Eagles en bands die de muziek van Beatles, Stones en andere topbands naar het theater of het Bolwerk.

De muziek exact naspelen is niet zo moeilijk. Iedere bekwame musicus lukt dat. Maar die stemmen… Gisteravond concentreerde ik mij zo nu en dan even met gesloten ogen op de zang en dan miste ik toch dat niet te omschrijven Simon-and-Garfunkel-gevoel van toen. Hoe mooi ‘Silence Is Golden’ en ‘Bridge Over Troubled Water’ ook werden uitgevoerd.

Ondanks dat, het was een avondje genieten, van terugdenken aan: met wie was ik toch alweer naar de ‘Graduate’, de film die ‘Mrs Robinson’ tot een hit maakte. De grijze kopjes in de Sneker zaal glommen van genot; veel dames, de mooiste jaren achter de rug, bewogen de stramme heupen als waren ze weer aan het hoolahoepen.

Maar wat zong de Simon and Garfunkel Revival Band als laatste nummer (voor de drie toegiften): 'Bye Bye Love'. Van de Everly Brothers. Als eerbetoon aan de voorbeelden van Paul en Art? Als eerbetoon aan de grondleggers van de Rock & Roll? Of zien we deze revival band in de toekomst terug als de Phil en Don Everly Revival Band.


Leve de wachtrij…

19 mei 2015 – Vannacht was er een donderslag te horen. Weerman Dirk van der Meer noemt hem in zijn weerbericht. Dochterlief meldde om kwart voor vijf dat bij haar de stoppen waren doorgeslagen. Die van het lichtnet wel te verstaan. (Gelukkig kwam even later het bericht dat de aardlekschakelaar weer verticaal bleef staan.)

Vanmorgen kwam als een donderslag bij heldere hemel, een gezegde dat te pas en te onpas wordt gebruikt, het bericht dat wethouder Sjoerd Tolsma per 1 juli zijn politieke carrière ‘onderbreekt’ om directeur Wonen Welzijn Zorg van de KwadrantGroep in Drachten te worden.

tolsma

Ik gun het mijn oud-collega-fractievoorzitter Sjoerd (op de foto tweede van links) dat hij zo’n switch in zijn loopbaan kan maken. Ik feliciteer hem er ook van harte mee. Maar dat hij het doet in een periode dat de inhoud van zijn portefeuille (WMO en wat daarbij hoort, zeg maar het Sociaal Domein) onder druk staat, verbaast mij.

Overigens, de geschiedenis herhaalt zich. In het vorige college van Súdwest-Fryslân nam Andries Ekhart ook na een paar jaar afscheid om wethouder van Leeuwarden te worden. Ik hoop niet dat Tolsma’s opvolger hetzelfde voornemen heeft. Dan kunnen we nu wel een wachtrij aan potentiële opvolgers creëren.

Zo, die wachtrij is een mooi bruggetje naar waar ik het over wilde hebben tot de actualiteit even inbrak. Ik bedoel de wachtrijen die bestellers van kaartjes via internet parten kunnen spelen. De afgelopen dagen hebben we daar weer voorbeelden van meegemaakt.

Ik weet zeker dat mannen als Joop Mulder en Ben van der Knaap opgelucht ademhalen als de eerste dagen van de kaartverkoop voor het nieuwe evenement of seizoen voorbij zijn. Het zijn van die momenten dat iedereen de eerste wil zijn en dat af en toe elke vorm van beleefdheid verre te zoeken is.

Van mensen die betrokken waren bij de kaartverkoop voor ons Theater Sneek, hoorde ik dat de medewerkers telefonische scheldkanonnades over zich heen kregen. Omdat het niet lukte via internet te bestellen. Of omdat men het niet pikte dat de mensen in de rij aan de Westersingel met voorrang werden behandeld. (De eersten stonden er al om half acht, terwijl de verkoop om elf uur begon.)

Het internet moet een zegen zijn voor de mens die de deur niet uit wil voor zijn kaartje. Moet zeg ik, maar een zegen is het world wide web niet. Zaterdag raakte de centrale computer van het theater (ook wel server genoemd) een enkele keer buiten gebruik, datzelfde overkwam de kaartverkopende rekenmachine van het Terschellinger festival. Op Facebook tilt het nog op van de gefrustreerde reacties.

Normaal doet de reserveringscomputer het prima en na een halve dag kun je redelijk snel inloggen bij Oerol. Iemand met verstand van zaken heeft mij uitgelegd dat zo’n computer op een bepaald moment het grote aantal aanvragen om in te loggen niet meer aankan. En dan gaat hij plat.

Vergelijk het maar met enkele honderden auto’s die op een en hetzelfde moment en tegelijkertijd de nieuwe rotonde bij het Normandiaplein willen passeren. Daar komt het verkeer dan ook harstikke vast te zitten. En dan hoeft er nog niet eens een vrachtwagen van de Aldi de rotonde te blokkeren (zoals ik zaterdag zag).

Dat wordt nog wat als vanaf morgen de joekels van de Jumbo hun lading moeten gaan lossen. Daar hebben de inrichters van de Leeuwarderweg denk ik geen rekening mee gehouden.

En ook niet met het feit dat al die prachtige oldtimers zaterdag via een ‘suterich’ zand/grind-baantje van de Leeuwarderweg naar de parallelweg bij garage Betten moesten, eenzelfde pad waar ook het andere verkeer naar Leeuwarden en de Groene Dijk zich over moest worstelen. Waarom niet wat stalen rijplaten neergelegd? Wegbezuinigd? Stond in de Arbowet dat die te zwaar zijn?

Of gewoon niet aan gedacht? Tja, regeren en plannen is rekening houden met wat in de toekomst kan voorkomen, vooral als evenementen al bekend zijn. En dat geldt dus ook als je kaartjes via internet wilt bestellen en er vroeg bij moet zijn omdat je maar paar dagen naar het Oerol gaat. (Op de foto de voorstelling van Riek Swarte bij het parkeerterrein bij de duinovergang van Oosterend.)

oerol

Ik zat dus maandagavond om 20.00 uur (het moment dat de ticketverkoop voor de Vrienden van Oerol van start ging) achter het scherm en logde om tien seconden over acht in op de site. Ik kreeg prompt de melding dat ik nummer 603 was en dat er nog 582 voor mij in de wachtrij stonden. Niet uitloggen was de waarschuwende melding. Het komt allemaal goed.

Na negen minuten waren er nog 193 wachtenden voor mij en rond twaalf over acht kwam ik in het bestelscherm. Ik kreeg vijftien minuten om mijn bestelling te doen. Na zes kaartjes van de acht die wij als vriend van Oerol mochten bestellen, moest ik al afrekenen. Die procedure kostte zo'n acht minuten.

Vervolgens meldde ik mij weer aan en kon meteen de laatste twee tickets reserveren en betalen. Voor half negen had ik de bevestigingen van bestelling en betaling via de email binnen. En dat voor een gepensioneerde digibeet, die van de jongere generatie verwacht dat zij beter op de hoogte zijn van hoe alles op internet ‘om en ta giet’.

Gezien de reacties op Facebook, op Twitter en andere social media, gezien hoe daar over de eigen oplossingen werd geschreven en gescholden werd op de Oerol-organisatie en de helpdesk van de ticketverkopers, is het misschien goed om een cursus ‘bestellen voor junioren’ te organiseren. De senioren doen het nog zo gek niet, is onderhand mijn ervaring.


Toneel is meer dan je denkt, Horatio…

12 mei 2015 - Heeft het met het ouder worden te maken dat je in bijvoorbeeld een toneelstuk meer lagen ziet, meer ondertonen, dan er mogelijk door regisseur en spelers bedoeld zijn? Bij twee stukken die ik de afgelopen weken zag, kreeg ik het gevoel dat ik pa na afloop grip op het verhaal kreeg.

‘Er is meer tussen hemel en aarde, Horatio’ laat Shakespeare in Hamlet zeggen. We gebruiken die kreet om iets ongrijpbaars aan te duiden, zoals het geloof, maar je kunt het ook voor andere zaken gebruiken c.q. misbruiken.

het volk

Het Volk speelde vorige week in het Posthuis ‘Dwaallicht’ van de Vlaamse schrijver Willem Elsschot. Het gaat over een burgerman die op weg naar huis drie uit het Oosten van de wereld afkomstige zeelieden tegenkomt. Zij hebben een stukje van een sigarettendoosje bij zich, waarop een meisje haar adres heeft geschreven: Maria van Dam, Kloosterstraat 15.

De burgerman en de Oosterlingen gaan op zoek en komen via een krantenkiosk, een winkel in vogel- (en lichte-) kooien en een politiebureau terecht in een kroeg met dames van lichte zeden. Maar Maria vinden ze niet.

In eerste instantie dachten vriend G. en ik aan het bekende liedje van Wim Sonneveld. ‘Ik ben verliefd op juffrouw Van Dam’. Toen schoot mij in gedachten dat ik de avond daarvoor Theun Plantinga onder meer mevrouw Van Dam in de voorstelling Minous had zien spelen.

Maar later napratend met Wigbolt Kruijver, samen met Bert Bunschoten Toneelgroep Het Volk vormend, associeerde ik de drie zeelieden met de wijzen uit het oosten, Maria met Moeder Maria en dan is het vanzelfsprekend dat het adres Kloosterstraat niet voor niets gekozen is. (Het Volk wordt gezien als een lichtend voorbeeld van literair volkstoneel.)

feteranen

Op 1 mei zagen we de Feteranen, waarin Joop Wittermans en Freark Smink, laten zien hoe veteranen van de Tweede Wereldoorlog en de vergeten oorlog daarna in Nederlands Indië, hun herinneringen vasthouden onder meer door ieder jaar hun gesneuvelde kameraden te herdenken. (Overigens de foto's van Freark en Joop zijn van onze Sneker fotograaf Jan Besliman.)

Bouke Oldenhof schreef de tekst voor dit stuk (hij was ook bij de voorstelling van het Volk aanwezig). Ritmisch een perfecte tekst, zoals we van Bouke gewend zijn. Dat het deel na ‘it skoft’ maakte de wat langdradige opbouw van het eerste deel helemaal goed.

Niet alleen de verschillende ervaringen tussen die van de tweede wereldoorlog en van Indië komen steeds duidelijker naar voren, maar ook het stijve van de onderwijzer die het maar over het bestuur heeft en het praktische van de boer, die ook in de strijd het veldwerk moest doen. En hoe zij klappen verwerken.

Hilarisch was het moment dat een plastic krant gelegd wordt en de twee het Wilhelmus inzetten en vervolgens de zaal van grinniken overgaat tot het meezingen van het Volkslied, onder de indruk van het moment.

Ontroerend en ook kenmerkend voor de doodsangst van de gereformeerde onderwijzer (gespeeld door Freark) was zijn smekende vraag ‘ik wit net wat ik sizze moat as ik foar God ferskine sil’. De gewone boer troost hem. Ik had willen roepen ‘do hoechst neat te sizzen, want neffens jimme leauwen wit God ommers alles al’.

Op zo’n moment is het stuk geslaagd, want je bent er volledig bij betrokken. Televisie heeft dat niet, die betrokkenheid. Het scherm dient als buffer. Maar toch zijn er series die je op een of andere manier pakken.

Gisteravond keek ik naar ‘Goedenavond dames en heren’ van de soms verguisde (en verketterde ouderen-) Omroep Max. De achtdelige serie gaat over de begintijd van de televisie. Het is aangekondigd als een dramaserie, maar er zit ook veel humor in. Elke aflevering heeft een liedje als thema. Gisteravond was dat ‘Ik geloof, ik geloof, in jou en mij’ (officiële titel overigens ‘Avond’).

Dit nummer is geschreven door Lennaert Nijgh en op de plaat gezet door Boudewijn de Groot. Overigens werd ‘Avond’, althans volgens mijn naslagwerk over Lennaert Nijgh, in 1973 door Boudewijn op muziek gezet. Nijgh begon met het schrijven van teksten in de jaren zestig. Het nummer is dus geschreven na de start van de televisie, waarover de serie gaat. (De eerste uitzending was in oktober 1951) Maar een kniesoor die daarop let.

Wat die dubbele lagen betreft, want daarover gaat dit blogje, ‘Goedenavond dames en heren’ is niet alleen vermakelijk en nostalgisch, maar neemt ook het hypocriete van die jaren op de hak. Althans, wij vinden dat hypocriet, zo kijken wij erop terug: meisjes die moeten trouwen omdat ze in verwachting zijn en dat omwille van de omgeving doen met iemand waar ze niet van houden, maar die het kind wil erkennen; ouders die hun kinderen amper privacy gunnen; vaders die willen dat hun kinderen hetzelfde doen als zij (omdat hun vaders dat ook deden); mensen die zich bijzonder voelen (en dus voorrechten claimen) omdat ze bij de televisie werken.

We kijken nu met een glimlach naar de serie en op die tijd terug. Maar voelden wij toen ook niet die beklemming? Terwijl wij, althans ik, tot de generatie jaren zestig behoren, een leeftijdsgroep die meer vrijheid gingen ervaren. Dat paste bij de jaren toen de wederopbouw van ons land achter de rug was en de welvaart de kop opstak. En het televisietoestel de gezellige gezinsavonden ten gronde richtte.

‘Goedenavond dames en heren’, die ‘simpele’ tv-serie stemt je toch tot nadenken. Met dank aan regisseuse Rita Horst en acteurs als Loes Luca, Paul Kooij en Huub Stapel om de jongere generatie , met name Anna Raadveld en Sophia Hoppener, niet te vergeten. Maandag 18 mei is de laatste aflevering. Niet verzitten.

Ut su heel wat wurde…

7 mei 2015 – Ut su heel wat wurde. We sudden op ‘e fyts, mar ut werd hem niet. ‘Lekker weg in eigen land’, onder dat motto hadden we een vrijgevallen nacht in een hotel toegeschikt gekregen. In Earnewâld, in het ferneamde hotel Princenhof.

placemat

Maar Aeolis, de god van de wind, en zijn kompanen van de regenbuien, beslisten anders. Zelfs e-bikes kunnen de buien, die gisteren ons mooie Fryslân geselden, niet voorblijven. Toen we bovendien de dakplaten van het pand van Blom op de Hemmen naar beneden zagen dwarrelen, was het pleit beslist. We gaan wel, maar met de auto.

En zo keken we gisteravond, na een vlotte rit via de Haak van Luwwarden, uit over het Sigersdjip en vanuit de hotelkamer, aan meerzijde gelegen, zagen we ver de Ulekrite in (maar uilen ho maar). En de gezellige kout bij het ontbijt werd onderbroken door passerende vrachtschepen, komend vanuit de richting Drachten en varend naar het Prinses Margrietkanaal.

Gek dat je dan ineens denkt aan die zaterdag in een winter met snel aangroeiend ijs. Er kwam een alarmerend telefoontje uit Earnewâld, waar men de Princenhofschaatstocht voorbereidde. Of we wilden omroepen dat het ijs in Sigersdjip bij het hotel en de Langesleat gevaarlijk was.

Een vrachtschip had de belangrijkste toegang naar de Alde Feanen aan schotsen gevaren. Woede, woede en teleurstelling overheersten. Ik heb nog nooit zo’n kwade man voor de microfoon gehad.

Tja, het was dom van die edele schipper, maar hij stond in zijn recht, want er was geen vaarverbod afgekondigd. Hij wilde op tijd in het Margrietkanaal komen en niet ingevroren liggen in Drachten. Ik kon mij er wel iets bij voorstellen.

Een andere herinnering. Kijkend in de richting van it Wiid zag ik weer het skûtsje van Siete Meeter dat met de opsteker bij een motorjachtje naar binnen ging. Gelukkig vielen er geen slachtoffers. De wedstrijd was voorbij en het pleziervaarder dacht dat hij nog wel even voor het skûtsje langs kon. Nee dus. En honderden toeschouwers zagen het gebeuren.

ulekrite

Al mijmerend boven de zoete broodjes met chocola en het glaasje jus, kwam ook dat moment weer boven dat ik drie skûtsjes een steiger met Zestienkwadraten en een boothuisje zag rammen. Ik meen me te herinneren dat het om de schepen van Klaas van der Meulen, Jan van Akker en Ulbe Zwaga ging, maar zeker weet ik het niet meer. Wel dat het was op de hoek van de Sânmar en de Folkertsleat.

Bij een kopje koffie, bladerend in de krant, zag ik dat McDonalds het aantal vestigingen wil gaan vergroten. En dat er een wokrestaurant in de oude garage van De Vries aan de Oppenhuizerweg bij de rotonde van de A7 gaat komen. Er is één bezwaarmaker, en dat is de gemeente zelf, die volgens de krant te laat was met een beslissing op de vergunningaanvraag.

vrachtwagen

Maar er waren toch ooit ook plannen dat McDonalds een drive-in zou openen bij de rondweg? Het zou me niets verbazen dat dat binnenkort gebeurt. Volgens de geruchtenmachine zijn er al belangstellenden voor het pand aan de Gedempte Pol. Het kan wel eens een museale bestemming krijgen.

En morgen is alles weer als was er nooit een wereldoorlog geweest?

5 mei 2015 – We waren het er gisteravond in de stadhuistuin allemaal over eens: het was een indrukwekkende dodenherdenking en wat waren er veel mensen. Meer, veel meer dan andere jaren. Op sommige plekken stond het op het Oud Kerkhof wel vier, vijf rijen dik.

vlag halfstok Kwam die grote belangstelling doordat we de slachtoffers van oorlogsgeweld voor de zeventigste keer herdachten? Een kroonjaar is toch altijd weer speciaal. Het zal ongetwijfeld hebben meegespeeld, maar onbewust hebben de oorlogen in de wereld en misschien ook wel de aanslag in Amerika op de bijeenkomst waar Wilders sprak, meegespeeld.

Voor mij is 4 mei niet alleen een dag van herdenken maar ook van stil protest. Een stil protest tegen geweld, tegen de dictaturen in de wereld en tegen overheersing. Maar ook tegen de betweterigheid van bepaalde groepen en dan maakt het niet uit of het om geloof of om politiek gaat.

De verhalen van 1940-1945 moeten worden doorgegeven aan de jeugd om te voorkomen dat er weer zo’n wereldbrand ontstaat. Dat is de kern van het herdenken. Burgemeester Apotheker duidde daar in zijn toespraak op. En ook de spreekster bij het Joodse monument in de stadhuistuin.

Het zal wel met die 70ste keer te maken hebben dat de media de afgelopen weken zoveel aandacht hadden voor de verhalen van de overlevenden van bijvoorbeeld de concentratiekampen, voor de verzetsstrijders en de Engelandvaarders.

Maar ook in persoonlijke gesprekken kwam het aan de orde. Ik heb een aantal jaren geleden een boekje mogen schrijven over Sneek in de Tweede Wereldoorlog, een opdracht van de Stichting 40-45. Ik dacht dat ik de meeste verhalen wel kende, maar zo nu en dan hoor ik toch weer iets nieuws.

Er zou bijvoorbeeld in het laatste oorlogsjaar in Sneek een schip zijn afgemeerd dat ’s nachts het IJsselmeer was overgestoken. Op het dek lag een laken met een rood kruis erop, een teken dat het om humanitair vervoer ging, want de Amerikanen schoten immers zonder aanziens des persoons op alles wat voer of reed.

Het ruim zou vol kinderen hebben gezeten (waar doet dat aan denken?), die de wal werden opgestuurd om, zo gaat het verhaal, lukraak bij mensen aan te bellen. Ze moesten om eten en onderdak vragen. Het waren hongerkinderen uit de Randstad, uit Amsterdam zo werd mij verteld.

Het aantal mensen dat de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt, wordt kleiner en kleiner. Velen willen niet meer praten over wat ze hebben meegemaakt. Ze hebben of alles verdrongen of zijn er gewoon klaar mee. Toch moeten we hun verhalen vast leggen. Dat zijn we aan het verleden en aan de toekomst verplicht.