-kopTerug naar de voorpagina...

A-Films en dualisme op zwart...

29 september 2015 – Een ‘schaduwkant’ van het thuiskomen van vakantie is de stapel kranten die ligt te wachten op gelezen te worden. Helemaal als het om twee dagbladen plus een weekblad en een maandblad gaat. (En dan ook nog magazins, folders en zo.)

Nu heb ik onderhand een redelijk betrouwbaar selectiesysteem ontwikkeld. Ik haal eerst de bijlagen door de ‘interessemolen’, scheur uit wat ik nog wil lezen, leg dat apart naast de stapel met de uitgeknipte sudoku’s en andere puzzels.

Vervolgens komen de ‘gewone’ katerns aan de beurt. Het meeste nieuws heb ik op ons vakantieadres al via internet geconsumeerd. Bij abonnementen horen tegenwoordig immers ook apps en anders ‘praat’ de NOS je landelijk en Omrop Fryslân je regionaal wel bij. Op die manier rest er een overzienbare hoeveelheid nieuws en ontspanning.

De slag om het witte doek

Een paar highlights, in goed Nederlands hoogtepunten maar dat woord dekt de lading niet helemaal. In een bericht in de Volkskrant las ik dat de film ‘Sneekweek’ mogelijk een andere distributeur moet zoeken, zeg maar een ander bedrijf dat de films aan bioscopen verhuurt.

A-Films lijkt onder een schuld van vele miljoenen Euris te bezwijken. ‘Sneekweek’-producent Klaas de Jong (Klaas út Fryslân, die veel samenwerkt(e) met Steven de Jong en ook actief was in de schaduw van de Kast) schijnt zijn zaakjes goed geregeld te hebben. Als A-Films failliet gaat, en dat zit er dik in, komen de distributierechten weer bij hem terug, zo is contractueel geregeld.

In de Volkskrant zegt hij dat A-Films verzuimde om naar arthouse filmscommercieel goede rolprenten uit te brengen, films die het publiek in grote getale naar de bioscoop konden lokken. Hij heeft bewezen dergelijke films wel te kunnen produceren.

De Jong verwacht dat A-Films een doorstart gaat maken. Met De Jong achter de schermen? Hij zet in de Volkskrant ook al een deel van het bussinessmodel uiteen.

Hij heeft nog wel wat tijd over. Op zijn site tel ik elf bedrijven. Daar kan nog wel eentje bij, is hij tenminste van dat gekkengetal af.

Elzinga’s speeltje het dualisme

In een bijlage van de Leeuwarder las ik een interview met staatsrechtgeleerde professor Elzinga. Hij gaat met emeritaat, zoals dat in die kringen heet. Wij noemen dat gewoon pensioen.

Elzinga is in de kringen van lokale politiek bekend geworden als de ‘uitvinder’ van het dualisme, waar ik als D66-raadslid in Sneek mee ben ‘geconfronteerd’.

Even een korte uitleg: je hebt het monisme en het dualisme. In het monistische stelsel zijn raad en college van wethouders één club. In dat systeem zou de raad van Súdwest-Fryslân bestaan uit vijf wethouders en 32 raadsleden.

Wethouders geen raadslid

Het duale systeem is vergelijkbaar met de landsregering. Het parlement staat ‘tegenover’ het kabinet. In SWF maken de vijf wethouders dus geen deel uit van de raad, die gewoon 37 leden telt.

Uitgangspunt van het dualisme is dat de raad kader stellend en controlerend werkt en het college het beleid uitvoert. De wethouders mogen nog wel deel van hun partij uitmaken, maar niet meer van de fractie, om de besluitvorming zuiver te houden. Een mooi ideaal.

Maar de praktijk is anders. Kijk maar eens in het gemeentehuis in IJlst rond, op zo’n avond wanneer de fracties de raadsvergadering voorbereiden. Verbaas je dan niet als je ontdekt dat wethouders gewoon met hun fractie mee vergaderen.

Twee generaties raadsleden

Elzinga zei ooit dat het wel twee generaties raadsleden kon duren voordat het dualisme echt geworteld zou zijn. Nou, vergeet het maar. Noch het monisme noch het dorpisme zijn uit te roeien, daar ben ik inmiddels wel achter gekomen. We zijn drie raadsverkiezingen verder dan de invoering van het dualisme en veel veranderd is er niet.

Hoe had het dan wel gemoeten? Als je college en raad volledig los had willen koppelen, had je moeten voorschrijven dat wethouders geen enkele binding met welke partij dan ook mogen hebben.

Maar zover heeft Elzinga niet willen/durven gaan. Ik snap dat wel. Dan waren er helemaal geen mensen te vinden geweest die de klus aandurfden. Dus moeten we het doen met een in principe mooi stelsel dat in de praktijk noch vlees noch vis is.


L’Art pour…

24 september 2015 – Vroeger had je alleen de Wereldomroep als je het Nederlandse nieuws in den vreemde wilde volgen. Mijn radio’debuut’ was bij die Wereldomroep toen ik als jochie van een jaar of tien met opoe en opa en moeke mee mocht naar Hilversum. In Grand-Hotel Gooiland werd het programma ‘Groeten aan Zeevarenden’ opgenomen. Ik mocht mijn (onlangs overleden) oom Wisse via de korte golf toespreken met de op een papiertje getypte woorden ‘dag oom Wisse, vergeet u mijn verjaardag niet?’

beeld duiker Guus Weitzel, de presentator van het programma, vroeg wat ik graag van oom Wisse als cadeau wilde hebben. Ik was zo brutaal om te vragen om een echte accordeon, een 80-basser. (Ik pingelde toen nog wat op een twaalfbasser bij Gerrit Schuil op de Looxmagracht.) Na afloop van de opname, mocht ik de toetsen van de accordeon van Harry Mooten beroeren. Mooten, ge weet wel, later van de Geitenbreiers van Ome Willem (Edwin Rutte).

Oom Wisse voer als zoveelste stuurman bij de KJCPL, de Koninklijke Java China Pakketvaart Lijn, op de Tjitjalengka, een vrachtschip met passagiersaccommodatie. De krantenrubriek ‘Waar zijn de schepen?’ vertelde mij waar oom Wisse was. In zijn oude Bosatlas zocht ik de havensteden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika op.

KH2018

Nu luister je niet meer naar de Wereldomroep, zelfs niet om de ANWB-oproepen. Je leest aan de rand van het zwembad op je smartphone of tablet de krant. Zo blijf je geïnformeerd over het gedoe rond KH2018, waar nog niet alles van rond is. Nee, dit is geen vluchtnummer van een luchtvaartmaatschappij. Het staat voor Kulturele Haadstêd 2018.

beeld paard Wat lezen we over KH2018, gedoe onder bestuurders, gedoe om een nieuwe leiding. Maar niet over concrete plannen. Behalve dan over die fonteinen. Wat dat betreft is KH2018 net als het water van die sproeiers die KH2018 in alle elf steden wil hebben, het is in beroering en komt steeds weer terug. Een welhaast eeuwigdurende beweging, zonder enige verandering.

Hier in Zuid-Frankrijk hebben ze ook kunst in de openbare ruimte. Ik heb een paar mij aansprekende voorbeelden in deze blog opgenomen. Een turner op een ‘wereldbol’, beelden op sokkels op een groot plein, een met ramen beschilderde blinde muur en een paard gemaakt van hoefijzers.

Voor toeristen of eigen inwoners?

Verder viel mij op, dat vooral Chinezen en Japanners zich bij zulke beelden lieten fotograferen. Onlangs las ik dat met name die Chinezen ‘manmachtich’ naar Europa en Nederland komen. Ik herinner mij een prachtige kop boven een artikel in de Volkskrant over de Chinese toeristen die meenden dat Giethoorn een openluchtmuseum was: ‘Hoe laat gaat dit dorp dicht?'

wereldbeeld Willen we van KH2018 een succes maken, dan moet de opvolger van de zieke Ton van Dijk (ex-gedeputeerde en voorvechtster van KH2018 Jannewietske de Vries?), zich vooral concentreren op het mienskipgevoel. En proberen een echte rode draad te ontwikkelen, een rode draad die aansluit bij wat de bevolking in Friesland wil.

Je krijgt nu het idee dat veel bestuurders ineens vreugdevol handenwrijvend denken dat er een pot geld aan het eind van de horizon ligt, waar van alles uit betaald kan worden. Maar KH2018 staat niet voor ‘Kan Helpen in 2018’, maar voor Kulturele Haadstêd, waarbij Fryslân (het provinciaal bestuur dus) de stad Leeuwarden tot trekker van Friesland heeft gebombardeerd.

muur Het gaat dus niet om ‘l’Art pour l’Art’, oftewel kunst om de kunst. Nee, het gaat om kunst en cultuur in de breedste zin van het woord, bestemd voor mensen en niet voor instanties als overheden.

De beschouwers (de Friezen en alle welkome anderen) mogen daarbij best geprikkeld worden omdat ze niet direct zien wat het voorstelt. L’art is immers ook emotie.

We mogen dan wel in een agrarische provincie leven, maar de tijd dat het gezegde ‘Wat de boer niet kent, dat lust hij niet’ de lading dekte, is gelukkig al lang voorbij. Dus L’art pour…!


Méditerranée, zo blauw, zo blauw…(2)

20 september 2015 – Afstanden tellen niet meer in deze digitale tijd. Terwijl broer H. geniet van de filmopnamen bij hem voor de deur, genieten wij daar via FB in het meer dan duizend kilometer zuidelijker gelegen P. van mee. Gelukkig voor H. dat die filmset leuk is, want zijn favoriete club, het door Snekers ‘geregeerde’ SC Heerenveen, zorgt niet voor veel leukigheid op het moment.

superjachtenGrote boten in de Kolk, met speciaal voor de hitsige Sneekweekfilm een springkussen aan de spiegel, het is een beeld dat de werkelijkheid vervormt. In C. zag ik gisteren ook grote bootjes. Bootjes die aan onze Somerrak zeker geen ligplaats kunnen vinden. Bootjes die aan de Pampuskade het uitzicht zelfs aan de bewoners van de derde verdieping ontnemen. Bootjes die alleen in het Margrietkanaal kunnen varen en qua breedte met moeite de Terhernster sluizen passeren.

Grote speeltjes

Jaloers? Nee. Dergelijke speeltjes kun je niet zelf varen en dus zit je met de sores van een bemanning, die als je niet aan boord bent, vervelende klusjes moet doen. Koperpoetsen, het teakhouten dek schrobben en wat dies meer zij. En kijken naar mensen die langs de kade slenteren en je aangapen. Net als de Opregte Sneeker. We zagen het in Antibes (waar het Picassomuseum wat tegenviel), we zagen het ooit ook in Monaco, waar we zes jaar geleden een kijkje namen.

blogroomToen verbleven we ook in P., in deze zelfde villa met zwembad en een voor een blogger inspirerende entourage. In die zes jaar lijkt er niets veranderd te zijn. Zes jaar geleden waren er nog precies dezelfde winkels. Twee bakkers, een slager, een groenteboer, een kruidenier plus, twee restaurants en een grote supermarkt buiten het dorp. Wim Sonneveld en Friso Wiegersma (en Jean Ferrat) vonden de inspiratie voor hun ‘het dorp’ hier beslist niet.

Sneek is heel wat dynamischer. Ik las in de digitale media dat de indoorskibaan er mag komen en dat de kans groot is dat er in de vroegere garage van De Vries op industrieterrein Houkesloot mogelijk een wereldrestaurant komt. Dat begrip wereldrestaurant staat (tot Hete Soep van de LC er geweest is) niet voor wereldklasse maar voor restaurants van diverse pluimage in één gebouw.

Jerrycans en wandelschoenen

All inclusive hotels hebben dat concept ook: je kunt er Chinees, Indisch, Italiaans of wat je maar wilt uit de voedselbakken scheppen. Uit van die schalen op spiritusbranders, waarin alles al door elkaar geroerd is door de hongerige of inhalige voorgangers. Je neemt het omdat je er voor betaald hebt, mar soms ‘griist it je oan’.

Ik las dat er in dat restaurant straks voor vijfhonderd mensen plaats is. B. en w. zijn enthousiast over het plan. Maar hebben ze zich aan de Marktstraat wel gerealiseerd wat dit voor de uitvalsweg naar de A7 gaat betekenen? Dit wordt verkeerscongestie van heb ik jou daar, een black spot.

Als het daar in het restaurant een avondje druk wordt, staat de rotonde naar de Houkesloot straks propvol auto’s. Het aquaduct raakt verstopt, de Oppenhuizerweg richting centrum onbereikbaar; Poiesz kan zijn winkels niet meer bevoorraden en verkast naar Joure en Hotel Van der Valk komt met een schadeclaim, want zijn gasten kunnen de A7 niet meer af.

In die gribus staan er dan vast en zeker ook een paar auto’s met een lege benzinetank. En dan zijn de rapen helemaal gaar. Want ooit zou Veenema zijn tankstation naar die hoek van Sneek verplaatsen, maar voor een benzinepomp bij zo’n groot restaurant zal op milieugronden waarschijnlijk geen vergunning worden verleend. Ik denk dat ik daarom bij megarestaurant maar een winkeltje ga beginnen in jerrycans en wandelschoenen.


Méditerranée, zo blauw, zo blauw…

15 september 2015 – Dat zong Toon Hermans vele jaren her. Frou D. en ik kunnen het bevestigen, de Méditerranée is blauw. Blauwer dan de Snitser Mar en de Noordzee, de Noordzee, de Noordzee (vrij naar Boudewijn de Groot, 26 maart in Theater Sneek met Achter Glas).

Sinds enkele dagen bivakkeren wij in een prachtig huis, in een smûk dorpje niet al te ver van de Côte d’ Azur. Wij zijn er eerder geweest, jaren geleden. Toen was het een avontuur, nu voelde het als thuiskomen. Toen reden we het hek twee keer voorbij, nu stopten wij zelfverzekerd voor de poort.

Voyage de souvenirs

Maar we worden een dagje ouder en dus deden we nu twee dagen over de 1.400 km van Sneek naar onze accommodatie. Twee dagen vol herinneringen. Maastricht, wat zijn we daar niet vaak geweest toen J. er de toneelacademie volgde. Luik, weet je nog wel, de vogeltjesmarkt. Luxemburg, daar was toch die camping waar de badmintonpluimpjes over de tent gierden?

In Frankrijk werd het praat cultureler. We zagen Auxerre op het bordje en dachten terug aan de kerk die we bekeken hadden. Metz, Nancy, Dijon (van de mosterd), we moeten er nog eens naartoe. Uiteindelijk overnachten we in een hotel aan de snelweg, een tiental kilometers noordelijk van Lyon.

De volgende dag was het echt raak. We passeerden Montelimar (leve de nougat), wij zagen de verwijzingsborden naar de Drôme en de Ardèche en naar steden als Orange en Avignon. Even waren we terug in de schoolbanken, toen we het liedje van de brug leerden. (In de cd-speler zong en vertelde Rients Gratama over 1345, over de slag bij Warns; Simmer 2000.)

Zo’n bruin bord met witte letters wees ons op Arles, de plek waar Vincent van Gogh zijn mooiste werk schilderde. Onze nationale trots naast Rembrandt, alleen die maakte zijn beroemdste werken in ons land, terwijl Van Gogh dat in het buitenland deed.

Mont Ventoux

De melding dat we de Mont Ventoux aan de bakboords horizon konden zien liggen, deed mij opveren. Daar was hij weer: die beroemde berg uit de Tour de France; de berg die Frou D., onze kinderen en ik ooit bedwongen (met de auto weliswaar en tot de parkeerplaats enkele kilometers voor de top. Toen kreeg mijn hoogtevrees de overhand). zwembad

Gisteravond, aan de rand van het zwembad, terwijl het zwoele avondwindje het verblijf onder de auvent alleszins dragelijk maakte, las ik eindelijk het boek van Bert Wagendorp. Vijf vrienden en een vriendin gaan na hun middelbare schooltijd naar die geweldige berg. Vier fietsen omhoog, drie dalen af en één van hen komt bij een val om het leven.

Ik heb de film niet gezien. Dat hoeft ook niet meer, want in mijn hoofd zag ik de beelden van de vriendschap, de val en de nasleep. De hele tragedie. Het is niet biografisch, vertelde Bert (een oud-collega in Friese journalistiek) op een literaire avond in Sneek, maar soms…

Vanmiddag gaan we weer op de culturele toer en zoals in Mont Ventoux zaken uit het verleden moeten worden ‘goedgemaakt’, doen wij dat ook. Zes jaar geleden was het museum gesloten vanwege verbouwing, nu gaan we met de Picasso naar Picasso. A bientôt.


Er gaat niets boven…

8 september 2015 – Ja waarde lezer, ik hoor het u al aanvullen: …boven Groningen. Die reclameslogan voor onze oostelijke buurprovincie was een hele sterke. Iedereen kent hem.

Maar er gaat wel degelijk iets boven Groningen. Althans boven de stad. Sinds zondag kent de Opregte Sneeker het bijna museumachtig dorpje Thesinge in de gemeente Ten Boer. Onder de rook van de stad.

En het dorpje is zo leuk dat de burgemeester, die over zo’n 7.500 inwoners burgervadert, er zijn ambtswoning heeft. (Hij vertelde mij dat hij nog onder onze Hayo als wethouder in Steenwijkerland had gediend.)

Grafische kunst

kubus Wij waren in Thesinge voor een voorstelling, waarin (schoonzus) Joke samen met Tom Jansen (bekend van onder meer Penoze) een fase uit het leven van Hendrik Jan Werkman belicht. Deze Groninger drukker stortte zich, toen het voor de tweede wereldoorlog in de grafische sector minder goed ging, in de grafische kunst. En werd heel beroemd.

Het stuk werd gespeeld in een houten ‘kubus’ met uitzicht over het kale land, waar in de verte wat boerderijen en huisjes stonden. De achterkant van de ‘zaal’ stond naar het dorp, zodat je alleen afgeleid door de loeiende wind optimaal in het stuk kon blijven.

Vanwege de temperatuur kregen we een deken voor over de knieën en vanwege de harde krukjes een kussentje om op te zitten. Ze weten je daar in het ommeland wel in te pakken.

Taarten uitdelen


stuk De sfeer in Thesinge deed me aan het Terschellingse Oerol denken. Daar worden ook veel stukken in de natuur gespeeld, meestal zonder enige beschutting voor het publiek. Tryater zagen we bijvoorbeeld met Holes, dat tot en met 13 september in de Zuidlanden van Leeuwarden een reprise beleeft.

taart Tryater bestaat vijftig jaar en dat wordt niet alleen gevierd met een speciale voorstelling (‘Grûn’, een familiekroniek geschreven door artistiek leider Ira Judkovskaja). Gisteren werden ‘rûnom yn de provinsje’ taarten rondgebracht.

In Sneek was dat feestgebak voor theaterdirecteur Ben van der Knaap en zijn rechterhand Frouk Oostra. (Op de foto (met dank aan Theater Sneek) staat Ben van der Knaap naast Nanna Franconi van Tryater.)

Onze oud-burgemeester Arno Brok was in zijn Leeuwarder wethoudersjaren een grote animator voor de vernieuwing van schouwburg de Harmonie en in Sneek stimulator van de bouw van het nieuwe theater. Brok was indertijd ook voorzitter van Tryater, waar Van der Knaap en Oostra toen werkzaam waren. Maar dit terzijde.

Foto’s van Harry Cock

Na de voorstelling bezochten we in Thesinge nog een oude kloosterkerk. Omdat daar een fototentoonstelling was ingericht van werk van Harry Cock, freelance fotograaf uit Assen die onder meer voor de Volkskrant werkt. Hij maakte ook de scènefoto bij dit stukje.

Ik heb iets met fotografie, dat is bekend. Niet vreemd dus dat Harry en ik snel in gesprek raakten, onder meer over of je al of niet een foto mag manipuleren met een computerprogramma als Photoshop. Harry had daar heel fraaie kunstzinnige resultaten mee geboekt, dat zag je op de expositie.

Ons gesprek werd onderbroken doordat de burgemeester (overbuurman van het kerkje) de tentoonstelling ging openen. Voor een handjevol belangstellenden, waarvan de meesten betrokken bij het stuk over Werkman. Toen begreep ik ook waarom we met een glaasje wijn en kaas en worst werden verrast. Ook dat kan allemaal boven Groningen.


De Mohikanen fan 1979

4 septimber 2015 – Eelke Lok is mei pensioen. Dat skriuwt er yn syn kollum fan fannewike. It sil ek wol kloppe, want Eelke is fan 1950. Noch efkes en dan is de generaasje ‘útstoarn’ dy’t de legendaryske sniewitter fan 1979 journalistyk meimakke hat oan de Grienewei yn Ljouwert.

Allinnich Rein Tolsma is dan noch oer fan de ploech dy’t, sa wurdt der noch rûnom sein, de trochbraak fan de Omrop meimakke hat. Want foar dy sniedagen yn febrewaris waard der wol nei de Fryske radio harke, mar nei’t dy as in selsbeneamde rampestjoerder wurke hie, fleagen de harksifers omheech.

Gryt fan Dunen is stopt, Marten van Kammen hat al jierren Drees, Sjouke Lousma sjoch ik noch geregeld op ‘e fyts en op Skylge syn frije tiid ynfoljen, Siemen Dijkstra gie in pear jier letter nei it blêd fan de CBTB, de Christelijke Boeren- en Tuinders Bond. En ik, dêr witte jimme alles fan…

Eelke kinne wy dus aanst fine oan de igge fan de Grutte Gastmer of de Sânmar. Mei in angel (want elk mei graach ris fiskje, song Tetman de Vries) of stoareagjend oer it wetter, tinkend oer in kollum yn ien of oar blêd, dêr’t hy iroanysk of synysk immen it mannewaar opseit. Want der mei hy mei trochgean.

Werom nei de jierren '70

Yn syn ferhaaltsje fan tiisdei skriuwt hy ek dat Omrop Fryslân wer in deselde sitewaasje telâne driget te reitsjen dy’t hy (en ik ek) meimakke ha doe’t wy ein jierren ’70 by de omrop kamen. Us bazen sieten yn Hilversum, wy wiene in ûnderdiel fan de Nederlandse Omroep Stichting. (Gelokkich foar út wie ús heechste sjef in Fries: Minne Dijkstra, letter keamerlid foar D66.)

Pas nei 1985 waard Omrop Fryslân folslein selsstannich. Wy krigen in direkteur dy’t gjin ‘setbaas’ mear wie. We krigen in programmaried en in bestjoer. Fan dat lêste wie Bartle Hof, direkteur fan in grutte agraryske korporaasje en ûnderfoarsitter fan de keamer fan keaphannel, de foarsitter.

Al dy jierren wie Omrop Fryslân unyk. Dat kaam ek troch de ferslachjouwing fan de alvestêdetochten fan 1985 en 1986. De Fryske polityk wie wiis mei de omrop en joech ekstra jild. De Fryske telefyzje wie earst ek noch efkes nij. Mar alles went en dan komt der sleet yn.

Boppedat krûpten de Fryske media, de kranten en de omrop, tichter nei mekoar ta omdat internet en sa in bedriging waarden. It toppunt fan de ferkearing wie de oerstap fan haadredakteur Hans Snijders fan de Omrop nei deselde baan by de Ljouwerter Krante. It unike fan de Fryske omrop wie oer.

Ien pot nat

No wurdt der dus wer sintralisearre. Alle regionale stjoerders wurde op in hoop smiten.Der moatte klusters komme, de âlde Rono, de Radio Omroep Noord en Oost, wurdt wer optúgd, mar dan sûnder Oost. Der moat wer ien administraasje foar alle regionalen komme. Dat sil wol wer yn Hilversum wêze. Weet je nog wel oudje.

En dat alles net fanwege in bettere kwaliteit, mar gewoan fanwege de sinteraasje. Eartiids betellen we apart in omropbydrage en dat wie jild dat bedoeld wie foar de omrop en net foar wat oars. Letter waard dat in ûnderdiel fan de gewoane belêsting.

Fan dy grutte algemiene jildpot út waarden de omroppen subsidearre. Makliker, der hoegde net mear kontroleard te wurden op swartharkers en swartsjoggers, de minsken dy’t harren hark- en sjochbydrage net betellen. Maar de skaadkant waard dat de oerheid gryp op dat jild hie.

En dus waard it stellen fan betingsten en in besunigjen makliker. As dan boppedat yn it kabinet in partij sit dy’t altyd bewearde dat de omrop polityk links wie en foar it frije merk tinken is, dan is it wol dùdlik dat steatssiktaris Sander Dekker (VVD) syn earen mear nei de kommersje hingje lit, mei alle gefolgen foar de regio.

Sa lang as it duorret, want ek yn de polityk binne golfbewegings. Oer in stikmannich jierren kin it medialân yn de regio der wol wer heal oars út sjen. Dat hat de Opregte Sneeker in syn journalistike jierren krektlyk as Eelke meimakke. Niets is seker in dit leven, seit de prediker.


Cultuur en historie in een paar dagen

31 augustus 2015 – Het vocht dampte vanmorgen uit de bomen. Het leek mist, maar wie goed keek, wist wel beter. Na de onweersbuien van vannacht een logisch verschijnsel bij een hogere temperatuur. (Op het moment van dit schrijven verschijnen de regendruppen weer op het raam.)

En toch was het weekend niet slecht. Sterker, het was een goede afsluiting van een cultureel getint weekje. Omdat het een ‘slechte’ donderdag dreigde te worden, togen Frou D. en de Opregte Sneeker naar de Belvedère in Oranjewoud. Omdat er zo’n mooie tentoonstelling zou zijn, zo verzekerde een kennis (met banden met dat museum) ons.

zandsculpturenWat we in dat museum bekeken, was gelukkig minder vergankelijk dan de kunstwerken die we vrijdag zagen: de zandsculpturen aan de Oppenhuizerweg. Niet de tands des tijds had ze aangevreten, maar de luimen van de weergoden. Er werd manmachtig gewerkt aan de restauratie, want tot de 21ste september moeten ze te zien zijn.

Weer de verkeerde route

Zoals zoveel eerdere keren maakten wij de fout om via Oranjewoud naar de Belvedère te rijden. Ons navigatie-apparaat kende de Oranje Nassaulaan in dat dorp niet, wel in Heerenveen. Dus zijn we toch door het Friese Haagje gegaan. In een druilerig regentje liepen we het laatste eindje door het landgoed Oranjewoud met in de verte het buiten dat ooit in bezit van de Friese Nassaus was.

Wie via Tjalleberd rijdt, komt dichter bij het museum uit. Maar die mist wel de bruggetjes over de smalle slootjes en dan vallen ook de waterspuiters in de walkanten minder op. Zo is er overal wel wat positiefs tegenover het negatieve te stellen.

Wind, water en Wad, de titel van deze overzichtstentoonstelling van meer dan zeventig Nederlandse en buitenlandse schilders is nog te zien tot 14 september. Het oordeel laat ik aan de lezer over. Het beleven van kunst heeft immers alles met de gevoelens van de beschouwer te maken.

Kunstombudsman Houweling

Dat is niet een gedachte van mij, maar ik herinner mij dat mijn tekenleraar aan de Utrechtse School voor Grafische Vakken, Jos Houweling, die eens opperde. Tot mijn grote verrassing las ik in de bijlage van de Volkskrant een paginagroot interview met deze docent (en latere kunstombudsman van de KRO). Toen ik zijn leeftijd zag, realiseerde ik mij dat hij maar een paar jaar ouder is dan ik. Maar destijds was het een groot verschil.

Houweling lokte ons eens uit een cafeetje vlakbij de school, waar wij tussen de middag wat langer koffie dronken dan mocht. ‘We gaan vanmiddag model tekenen’, vertelde hij geheimzinnig. Wij hadden visioenen van een blote jongedame die gewillig voor ons poseerde, maar op een verhoging in het lokaal zat een mannelijk medeleerling en de opdracht was een impressie van zijn gezicht te maken.

Dode boom met 'kunst'

aalscholversZaterdag stapten we op de fiets om het Historisch Festival Workum te bezoeken. De tocht ging via de bekende route langs de Aldegeaster Brekken (waar vogels in een dode boom een schilderachtig beeld componeerden). Dankzij het mooie weer kon het nuttige met het aangename worden verenigd.

Het aangename was het terugzien van oude bekenden; het nuttige bestond uit het constateren dat de aandacht voor de recente historie met veel enthousiasme wordt uitgedragen. Zowel door de bemanning van de stands in de Klameare als door de bezoekers.

Het historische was op veel manieren merkbaar. Niet alleen op het festival, maar ook toen we weer thuis waren, maar daarover direct meer. (Een goede blog moet immers een uitsmijter hebben, las ik eens in een boekje over schrijven op internet, dat ik in het kader van de permanente educatie doornam.)

De historie werkt door

Van Workum fietsten we via de Aldfaers Erf Route naar Bolsward, waar in de Broerekerk een kunstmarkt bleek te zijn. Een leuke presentatie, met als starter de Sneker kunstenaar Jan Potma die met behulp van de airbrush-techniek een fraaie paardenhoofd schilderde. Op de achtergrond tekende het zonlicht fraaie strakke lijnen in het voormalige godshuis.

broerekerkThuisgekomen maakten we vol verwachting de doosjes open die we van de bemanning van de stand van onze regionale bibliotheek hadden gekregen. Ze bevatten een leeslampje dat je aan een boek vast kunt klemmen. Een nuttig cadeau. Dank daarvoor.

We probeerden ze meteen uit, maar het licht bleef gedoofd. We trokken het plastic lipje uit het batterijvakje. Nog geen licht. Dus het batterijvakje maar open gemaakt.

Wat bleek? Op de stroombronnetjes zaten van die kleverige kleine ‘korrels’, die je vaak ziet bij heel oude ‘uitgelopen’, lege batterijen. Echt historisch materiaal dus.