-kopTerug naar de voorpagina...

De Knyntsjedagen: de storm,
Boudewijn de Groot en de reiger

28 Maart 2016 – Vorig jaar, vrienden, trotseerden wij, Frou D. en de Opregte Sneeker, de eerste voorjaarsstorm op Terschelling. Je met windkracht 11 op de schaal van Beaufort voor de wind van de ene naar de andere strandovergang proberen te bewegen, is geen sinecure. Maar wel een belevenis.

Op deze Tweede Paasdag wilden wij het ooit bijna Súdwest-Fryske bosrijke deel van de Zuidwesthoek bezoeken. De toenmalige Skarsterlânske beroepsbestuurders die in Balk aan de macht kwamen, staken daar een stokje voor. Zij hielden ons als bezoekers niet tegen, maar voorkwamen wel aansluiting bij het rijk van Hayo.

Wandelend zie je meer

De voorspelde storm van Tweede Paasdag -de weerman van het NOS Journaal sprak gisteren van Tweede Kerstdag-, die storm deed ons afzien van dat plan. Dode takken in het Swettebos hebben immers hetzelfde effect als die in de Bremer Wildernis.

reiger Eerst in de wind en daarna met zijwind en wind achter, zo marcheerden wij door de Sneker dreven, vooruit met gezwinde pas. En met oog voor de omgeving, want dat is de meerwaarde van een wandeling. Als je niet om je heen wilt kijken, kun je beter je vertier zoeken op de lopende band van een fitnesscentrum.

En wat zien we op een kampke grûn langs de Leeuwarderweg? Een onnozele reiger staat te turen in een dobbe, in een plas stilstaand water in een kleine greppel. De vogel wacht op een voorbij zwemmende vis of een langs hippende kikker. Hij blijft even onbeweeglijk staren als zijn plastic soortgenoot die de tuinvijver moet beveiligen.

Zes centimeter stijging

Al kuierend werd verder het verschil tussen de Swette en de Oudvaart duidelijk. Het water mocht in de Swette dan wel hoog staan, in de Oudvaart rolden de schuimkragen je tegemoet. Het waterpeil was, zo leert een grafiek op de site van het wetterskip, in 24 uur met ongeveer zes centimeter gestegen.

oudvaart Dat als gevolg van de regenval, maar vooral door de opstuwing van het water door de zuiderstorm. Blij en verstandig dat ze gisteren op de Snitser Mar al besloten om de Paaswedstrijden vandaag niet door te zetten.

Op de Sleattemer Mar sloeg gisteren een “falkje” (aldus Omrop Fryslân) om. Bedoeld zal zijn zo’n polyester huurvariant van de beroemde hechthouten Valk. Dat gebeurt wel vaker, en het is geen nieuws tot de brandweer of politie het twittert of op Facebook zet. De Opregte Sneeker is ook weleens met een boot omgeslagen, maar dat leverde geen provinciale bekendheid op, hooguit hilariteit binnen de familie.

Ondoorgronde geheimen

En nu zijn ze weer voorbij, de Paasdagen, de knyntsjedagen. Ik snap nu waar die uitdrukking vandaag komt, bij Pasen horen immers paaseieren en die worden verstopt door hazen en door konijnen, vertelde mijn vader altijd als hij weer een serie massieve chocoladeballen achteloos in het gras van het Sneekterrein had laten vallen. Het was één van zijn geheimpjes, die wij al vrij snel door hadden.

boudewijn de groot Het optreden van Boudewijn de Groot zaterdag stond na de pauze voor een groot deel in het teken van de niet-doorgronde geheimen van zijn ouders. Moeder overleed in het Jappenkamp in Indië toen Boudewijn een jaar was: vader verdrong zijn verleden in de gordel van smaragd. (De foto is afkomstig van de site van Boudewijn de Groot; de fotograaf is onbekend.)

“Achter glas” heette het programma, waar een volle zaal van Theater Sneek van genoot. Achter glas zaten de foto’s van zijn ouders, achter glas bleef hun leven. Niet achter glas stond Boudewijn de Groot de tientallen in de pauze verkochte cd’s te signeren.

Echt vinyl

Eén fan kwam met een echte elpee aanzetten. Niks geen cd, streaming, Spotify of iTunes, maar echt vinyl voor op zo'n draaitafel met 45 en 33 toeren. Net zoals het was toen de carrière van de zanger begon.

De eerste elpee “Boudewijn de Groot”, verschenen in 1966 (net als mijn favoriete langspeler “Voor de overlevenden), kostte toen 17 gulden en vijftig cent. Wat de elpee nu kostte, daar ik heb er niet naar gevraagd. Volgens een internetsite 17 euro 49.

De prijzen veranderen, de tijden veranderen, de sfeer van de liedjes niet, al zong Boudewijn op die eerste plaat “Er komen andere tijden” oftewel de Nederlandse vertaling van “The times they are a-changin’”. Tiden ha tiden, mar de stoarmen net, dy binne en bliuwe fan alle tiden.

De nummer 14 op de één…

25 Maart 2016 - Hij domineert vanmorgen zo’n beetje alle kranten, van de Leeuwarder tot de Telegraaf. En als de vaste waarde op de voorpagina van de Volkskrant, Arnon Grunberg, naar pagina twee wordt verbannen, dan moet het wel gaan om wereldnieuws, om een gebeurtenis die de aanslagen in Brussel met zijn vele doden, ver overstijgt.

Johan Cruijff, de jonge generaties kennen hem alleen als de “nummer veertien”. Zij hebben hem nooit zien dartelen over de groene grasmat (toen kunstgras nog amper voorkwam); die Johan Cruijff te Barcelona is dus aan longkanker overleden. Zoals zovelen gisteren door die vreselijke ziekte, in welke vorm dan ook, afscheid van het aardse bestaan hebben moet nemen.

Cruijff heeft ontegenzeggelijk betekenis voor ons voetbal gehad. En ook voor ons land. Cruijff was een synoniem voor Holland. In het buitenland was de eerste reactie als je vertelde waar je vandaan kwam: Kroejf of hoe het ook maar werd uitgesproken.

Symbool van Barcelona

Maar daarna? Hij vertrok naar het buitenland, verdiende zijn brood in Amerika en ging in Spanje werken en wonen. Werd het symbool van Barcelona, waar volgens zijn fans het stadion nu naar hem genoemd moet worden (net als de Arena in Amsterdam). En hij bracht bij zijn oude club Ajax, waar hij zijn voetballoopbaan begon, de boel in “opskuor”.

De mens Cruijff is overleden en dat is triest voor zijn naasten. In de media gaat het in feite niet om de mens, maar om het icoon Cruijff, nu definitief de legende Cruijff. Net als mijn icoon Ate Westerhof een legende is, speler van het legendarische elftal van Sneek dat begin jaren ’70 de landstitel bij de amateurs veroverde. Ate “Slingerpoat” en “Ut geheime wapen”.

De legende Ate Slingerpoat

Ate werd toen hij aan kanker gestorven was, niet geëerd met een volledige voorpagina van de LC-redactie, geen sportbijlage. Er werden hooguit een paar regeltjes aan hem gewijd. Werd hij ook genoemd in dat jaarlijkse overzicht van overleden wereldburgers, Nederlanders en Friezen in de Oudejaarsbijlage?

Van het overlijden van een ander illustere persoon, heb ik tot nu toe in de Leeuwarder nog geen letter kunnen ontdekken, buiten de rouwadvertenties dan: Poppe Miedema, beter bekend als Pé. (Tot nu toe zag ik alleen een berichtje op Omrop Fryslân.)

miedema

De veehouder uit Heeg kende ik vooral als vergaderboer, actief in bijvoorbeeld de vroegere CBTB, het Wetterskip en het CDA. Vele Snekers hebben Miedema vaak in actie gezien, zonder het misschien in de gaten te hebben gehad, in de Marktstraat tijdens de wedstrijden ringsteken.

Een groetende zweep en een knipoog

De groetende swipe kwam altijd even omhoog als hij mij zag staan. En soms kreeg ik een knipoog als de dame op zijn sjees het net niet gelukt was om het ringetje te spietsen.

Je zag aan zijn glimlach dat hij genoot van het spel, van de competitie, van het sturen van het paard. Net als hij genoot van het vergaderspel, van het sturen van de vergadering.

En als de verzamelde boeren niet meegingen in het voorstel van het bestuur (wat overigens bijna nooit het geval was, want Pé wist wel hoe je draagvlak moest creëren), dan was hij niet boos of rancuneus. Het hoorde bij het spel.

Ik ben er trots op dat ik Pé gekend heb, net als ik er trots op ben dat ik Ate kende, nog met hem gevoetbald heb. En wat Johan C. te B. betreft: dat de nummer veertien zijn rust moge vinden in het eeuwige stadion.

Met een boek in de hand, kom je in het hele land…

21 Maart 2016 – De conducteur in de Intercity richting randstad kon het zondag niet laten: “Vergeet niet uw bagage, vergeet niet uit te checken en… vergeet uw boekjes niet”.

trein en boekDie laatste toevoeging was niet overbodig. De NS stelde immers, als hoofdsponsor van de Boekenweek, de bezitters van het bijbehorende geschenk in de gelegenheid de hele dag gratis te reizen. Als goede gastheer moet zo’n conducteur daar dan toch even aan herinneren.

Meer dan 250.000 leeslustigen hebben van dat reisaanbod gebruik gemaakt, zo las ik op het internetnieuws. Uiteraard beschikken de Opregte Sneeker en Frou D. als jong-gepensioneerden over een zogeheten dalurenkaart (en natuurlijk een museumjaarkaart), maar zo’n gratis treinverzetje laten we uiteraard niet lopen.

Hoewel was het wel gratis? Om gratis te kunnen reizen, moesten we wel dat boekje hebben en dat kregen we alleen als we een “gewoon” boek kochten (voor minimaal een x aantal euri). We werden dus “gedwongen” om iets te doen wat we misschien niet van plan waren. Maar goed, dit terzijde.

Ik heb een keer gelezen dat je op “latere” leeftijd de voorkeur geeft aan non-fiction zoals biografieën. Dat blijkt te kloppen, want toen ik rondkeek op de verschillende tafels met boeksuggesties in ons plaatselijke boekenpaleis, was de keus snel gemaakt. Met “Pluche”, de politieke memoires van voormalig GroenLinks fractievoorzitter, Femke Halsema, stapte ik naar de afrekenbalie.

Groot Dictee van SWF

Dat boek nam ik echter niet mee in de trein. Je zult Femke maar laten liggen, dat kan ik haar niet aandoen. Nee, ik nam het tasje mee dat ik zaterdagmiddag kreeg bij het eerste Groot Dictee in de historie van de bibliotheek Mar en Fean. Ik was uitgenodigd mee te doen in de hoedanigheid van “prominent”, whatever that may be.

wortel Als verwacht was dat ik die eretitel met een topprestatie zou verdienen, dan hadden de organisatoren het goed fout. Ik maakte meer dan het gemiddelde aantal fouten in het verhaal, dat Gerard Wortel, zanger maar ook aangekondigd als taalkunstenaar uit Eemnes, had gecomponeerd.

De winnares bij de prominenten was Johanneke Liemburg, oud-journaliste, oud-gedeputeerde, oud-Kamerlid en straks de laatste burgemeester in de historie van Littenseradiel. (Haar grote concurrent Hayo was afwezig.) Bij de niet-prominenten ging de prijs naar ene Nauta, docent Nederlands. Ja, zo kan ik ook scoren.

Terugfietsend naar huis bedacht ik het ultieme excuus: ik vertrouw te veel op de spellingscorrector op mijn computer. Wil ik volgende jaar dus beter presteren - als ze mij dan nog representatief achten - dan moet ik in training, dan moet ik de grote Van Dale doorploegen en snel het Groene Boekje met de nieuwste spelling aanschaffen.

Met het tasje de trein in

Goed, zondag dus in alle vroegte (kwart over acht) met het tasje de trein in. We vielen op. We waren de enigen met “Was ich noch zu sagen hätte…”. Op de heenreis de krant van zaterdag doorgenomen (de terugreis een paar Sudoku’s opgelost) en samen met Frou D. genoten van de drukte in de trein. Allemaal lieden, velen van wat oudere leeftijd, gekleed in sportieve wandelkleding, zoekend naar een zitplaats en onderweg naar de grootsteedse attracties.

Wij stegen uit in Leiden, omdat zoon K. daar woont en werkt. Dat is op zo’n dag natuurlijk een mooi reisdoel. Op de OV-fiets (een primeur!) op naar de flat van vriendin S. Gevierlijk bezochten we later op de dag het fraaie centrum van Neerlands oudste universiteitsstad. De fiets kon gratis worden geparkeerd in de kelder van de gesloten joekel van een V&D-vestiging.

leidenLeiden doet zelfs op zo’n motregenachtige zondag wat voor zijn gasten en bevolking. Maar het slaagde niet helemaal. De klanken van Braziliaanse en Salsamuziek moesten zorgen voor warmte, maar dat lukte door de temperatuur op de laatste winterdag nauwelijks.

’s Avonds reden we terug naar het noorden. Het was eerst rustig in de trein die vanuit de richting Den Haag binnenliep. We zaten met een paar anderen eenzaam maar niet alleen, om met Prinses Wilhelmina te spreken, op het bovendek van het voorste treinstel.

De mens als kuddedier

Na het eerstvolgende station, Schiphol Airport (de enige die conducteurs in het Engels aankondigen), werd dat anders, want de coupé stroomde vol. En na Zwolle leek het of er te weinig zitplaatsen beschikbaar waren.

Toen we voor de spoorbomen naar de Park en Ride van Grou-Jirnsum stonden te wachten, zagen we dat er nog voldoende plaats was in de andere treinstellen dan de voorste van de optrekkende Intercity. Men was dus zoveel mogelijk voorin ingestapt, gedachtig het advies: daar is altijd plaats genoeg.

Het bewijs was geleverd dat de mens een kuddedier is, ook op deze laatste zondag van de Boekenweek, waarop bijna iedereen dat kleine boekje van Esther Gerritsen heeft gelezen. Ik niet. Ik ben daar nog niet aan toe gekomen. Broer moet nog even wachten.

It kin de master misse…

18 maart 2016 – It kin de master misse oftewel het beste paard struikelt zo nu en dan. Dat is niet erg, dat zij hem vergeven. Soms heeft dat struikelen zo’n humoristisch effect dat het vervolgens tot “kunst” en handelskenmerk wordt verheven.

Daarmee doel ik dus op Tommy Cooper, de Britse komiek, die bekend werd door zijn rode fez en de mislukkende trucs. Een soort van Miss Miller, de vals zingende Britse dame die ook tot een cultfiguur werd verheven. Cooper stierf op de bühne, in het harnas, terwijl het publiek dacht dat het bij de show hoorde.

cooperTommy Cooper had een enorme aanhang, vooral door de tv-shows en zijn bekende bulderende lach. (Rechts op de foto René van 't Hof en met de pop op schoot Jan Jaap van der Wal (foto Ben van Duin).

Benieuwd ging ik gisteravond met vrienden en Frou D. naar Theater Sneek, benieuwd naar hoe Jan Jaap van der Wal, René van ’t Hof, de actrice/musica Joke Emmers en de musici rond Vincent van Warmerdam die bekende elementen van Cooper (mislukkende trucs, drankzucht en depressiviteit) in de voorstelling hadden verwerkt.

Verandering van toneelknecht in artiest

Tussen de openingsconference van Jan Jaap van der Wal en het slotbeeld speelde zich de metamorfose van de toneelknecht (Van ’t Hof) in Tommy Cooper af. Het verbeeldde hoe het leven van Tommy Cooper in werkelijkheid veranderde, althans volgens de makers van de voorstelling.

Het slotbeeld was in mijn ogen overbodig. Zelfs als het als toegift was bedoeld. Jacques d’Ancona bejubelt vandaag in de Leeuwarder Courant die slotscene.

Achter het doorzichtige tussendoek gaat de nieuwe Tommy Cooper via de ladder van de voormalige toneelknecht en met een grote Fez als symbool van een poort, naar de hemel der artiesten.

Wat mij betreft had het doek wel kunnen vallen na de mislukkende trucs, die vooraf gingen aan deze “stairway to heaven”. Dan was de cirkel echt rond geweest.

Daarvoor lag de kern van het verhaal, van de voorstelling. In het gesprek van de toneelknecht met de buiksprekende Tommy Cooper-pop over het lot van de artiest: op toneel heb je de vrijheid om van alles te zijn en te doen zonder dat iemand dat gek vindt. Dat je fouten maakt, bewust of onbewust, vindt iedereen prachtig.

Deprimerende (on)vrijheid

Maar voor de artiest zelf is het deprimerend, want je doet immers toch elke avond exact hetzelfde. Je probeert in de gunst te komen, te voldoen aan de verwachtingen van het hooggeëerde publiek. Je doet noodgedwongen niets met je vrijheid.

Jan Jaap van der Wal opent als een ouderwetse moppentapper de voorstelling. Hij maakt direct duidelijk wat het probleem (en de kracht) van Tommy Cooper was: de grappen pakken anders uit dan zijn bedoeld. Het publiek reageert nauwelijks of is gegeneerd als Van der Wal met zijn eigen gebrek, met zijn hazenlip de spijt drijft.

De toneelknecht (Van ’t Hof) houdt ondertussen minutenlang, in onderdanig gebogen houding, het tussendoek voor het beleidingsorkestje opzij. Het doek bleef haken. Als het Van der Wal duidelijk wordt, dat zijn optreden niet aanslaat, besluit hij dat de toneelknecht de voorstelling maar moet redden.

Absurde humor

De ontwikkeling van de toneelknecht tot entertainer gaat van start. Wat zich vervolgens op de bühne afspeelt, heeft een hoog absurdistisch karakter.

Bijvoorbeeld een gesprek bij een bushalte, waar de zinnen niet worden afgemaakt en iedereen toch snapt wat er wordt bedoeld; de nachtclub waar van alles fout gaat en waar de toneelknecht aan de drank raakt; het zijn momenten waarop René van ’t Hof alle kans krijgt om te schitteren.

Met een simpel gebaar, met een bepaalde manier van kijken en houding maakt Van ’t Hof veel gevoelens zichtbaar. Vooral dankzij zijn mimische kwaliteiten.

Hij was altijd een centraal figuur binnen de meeste voorstellingen van Carver, de toneelgroep die het vooral van het absurdisme, van de Kamagurka-achtige humor, moest hebben. (Carver verdween als gevolg van de bezuinigingen op cultuur.)

Snijvlak van serieus toneel en muziek

De toneelliefhebber in mij ervoer de “Not the Tommy Cooper Story” niet alleen als een voorstelling met diepgang, maar ook als vernieuwend, op het snijvlak van serieus toneel en muziek.

Zo zag de liefhebber van vooral entertainment (D’Ancona) het niet. Hij vond er dan ook niet veel aan. Ik dus wel.

De meer dan 150 anderen in Theater Sneek hebben vrijwel zeker ook verschillende gevoelens en gedachten gehad bij Toneelgroep Maastricht op de planken zetten. De meesten bezoekers die ik na afloop sprak, waren enthousiast.

Ook dat is het mooie aan toneel. Gisteravond was het voor mij toneel en amusement met een grote T en een grote A.

De oppositie dunt uit, wordt salonfähig…

14 Maart 2016 – Omdat het Boekenweek is en Duitsland daarin centraal staat, mag er nu wel een keer een Duits woordje op deze blog worden gebruikt. Salonfähig oftewel acceptabel voor de gevestigde orde.

gemeentebelangen Links Klaas Jan Semplonius, rechts Peter Walinga. (Foto site GemeenteBelangen SWF/Henk Bootsma)

Ik moest daaraan denken, toen ik hoorde dat GemeenteBelangen Súdwest-Fryslân en TotaalLokaal, twee oppositiefracties in de raad van Súdwest-Fryslân, één fractie gingen vormen. En daarmee zijn we de grootste oppositiefractie in de raad, werd trots gemeld.

Verandert er nu iets in IJlst?

Verandert er nu veel in de politieke praatsalon in IJlst? Ik denk het niet. Qua standpunten liggen beide groeperingen vrijwel altijd op één lijn. Het scheelt in ieder geval één spreker tijdens de debatten, kreeg ik te horen.

GemeenteBelangen ontstond ooit in Wymbritseradiel uit wrevel over de opstelling van de “landelijke” partijen in de gemeentepolitiek. (Ex-D66’ers uit die gemeente speelden daarbij een belangrijke rol.)

Peter Walinga uit IJlst stapte in de vorige raadsperiode over van de ChristenUnie naar GB, de club waar hij nu fractievoorzitter van is en blijft. Hij deed dat uit wrevel, omdat hij zich binnen de oude club miskend voelde.

TotaalLokaal ontsproot aan de schoot van de actiegroep “Fan Ûnderen Op”, die het liefst een zelfstandig Nijefurd wilde behouden, al was die gemeente, naar werd beweerd, zo goed als failliet. Behoud van het oude stond voorop; een conservatieve club dus eigenlijk.

Bovendien vocht de lijsttrekker een conflict uit met de Nijefurdse bestuurders, omdat hij zich tekort gedaan voelde. Sportschoolhouder Semplonius komt in de stukken rond een eventueel nieuw zwembad in Workum als belanghebbende naar voren. Dat is onvermijdelijk in kleine gemeenschappen.

Partijen ontstaan uit onbehagen

De meeste politieke partijen zijn uit onbehagen ontstaan. Als je de geschiedenis van deze organisaties door vlooit, is onbehagen steeds de oorzaak geweest. Dat geldt voor D66 en dat geldt voor de PVV, om maar eens twee uitersten te noemen. Het zal ook nooit anders worden.

Zodra men echter op het pluche zit en salonfähig is geworden, geaccepteerd is door de collega-politici, wordt de hang naar de macht, naar bestuurlijke verantwoordelijkheid in colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten groter. Dat verschijnsel zie je terug bij de FNP en bij de SP, die nu ook een gedeputeerde in het Friese college heeft.

Is die positie “verovert”, dan verdwijnt vervolgens het scherpe dat de oppositie kenmerkte. Dan komt het aan op kwaliteit. Want in de politiek is naast de macht van het getal ook de macht van de kwaliteit een belangrijke factor.

Is er geen kwaliteit of verdwijnt die, dan zijn groeperingen die geen wortels in de gevestigde orde hebben, gedoemd te verdwijnen. It is net oars.

In de stad van Sinterklaas...

8 Maart 2016 - Wij zijn even een paar dagen "mooi fut weest", beste lezers. Met vrienden naar Madrid. Twee uren met de auto naar Eindhoven Airport, twee uren wachten op het vertrek van de Ierse vliegbus, twee uren in de lucht, tezamen zes uren heen en zes uren terug, maar dan kom je ook eens ergens.

Het is ons prima bevallen. Alleen, we hebben hem niet ontmoet, de Goedheiligman, en we hebben ook geen enkele keer "olé" horen roepen. Maar wel "ola" (nee, geen ijsmerk maar hallo) en wij weten nu ook dat de uitgang um (van bijvoorbeeld museum) in het Spaans gewoon o is. En gratis is gratis.

Eigenlijk zijn er dus niet veel verschillen tussen daar en hier. Toeristische shuttlebussen kennen ze in Madrid ook. Geen gratis elektrische zoals in Sneek, dat niet, maar ze rijden ook een vaste route en voor 65-plussers zijn ze voordelig: de helft van de prijs.

Bejaardenkorting

De babyboomers van na de Tweede Wereldoorlog treffen het in Madrid. Na leeftijdscontrole middels het identiteitsbewijs mag je gratis of voor de helft van de prijs in beroemde musea als het Prado (met het achtergehouden werk van Jeroen Bosch) of het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía (met de beroemde Guernica van Picasso en fantastisch werk van Salvador Dali).

madrid Zo'n bustour laat je genieten van mooie Spaanse architectuur, maar ook ontdek je dat ze daar geen welstandscommissie hebben, die beoordeelt of alles wel bij elkaar past. Een strakke "wolkenkrabber" naast een sierlijke gevel, roept toch vraagtekens op bij de aan strenge regels gewende Ollander.

madrid Een aardigheidje dat je vanaf het bovendek van de dubbeldekker ontdekt, is dat de straatnaambordjes in met name het oude deel van Madrid wel heel bijzonder zijn. Misschien een idee om bijvoorbeeld het Schaapmarktplein van zo'n kunstwerkje te voorzien. Een tegeltje met de afbeelding van een schaap is niet moeilijk te maken.

Trimmen in het park

Madrid past ook goed op zijn bevolking. Het is opvallend hoeveel zwaar bewapende politiemannen en militairen er in de stad rondlopen. Bovendien staan er bij de oversteekplaatsen (lager ingeschaalde?) verkeersregelaars met fel gekleurde hesjes die desnoods de rode verkeerslichten negeren om het publiek te laten doorstromen. Dat is wel wat anders dan onze shared spaces.

madridDe autoriteiten hebben ook het beste voor met je gezondheid. Kunnen wij gebruik maken van allerlei ingewikkelde toestellen in het Swettebos (wist u dat?), in de parken van de Spaanse hoofdstad wordt de passant uitgedaagd om een kwartiertje te fietsen, zittend op een bankje in een park. En om andere spieren te gebruiken. Er wordt gebruik van gemaakt.

Politieke crisis

De Opregte Sneeker (pensionado annex journalist (dat blijf je altijd) annex oud-politicus) viel met de neus in de boter. Het lukt Spanje maar niet om een nieuwe regering te vormen. Ze zijn daar niet gewend om met meerdere partijen een regering te vormen; Nederland is dat wel, las ik in de Volkskrant via internet.

Op een pleintje aan één van de hoofdstraten van Madrid was een compleet mediacircus ingericht. Daar stonden tv-reportagetreinen en presentatietenten met als achtergronddecor het "Congreso de los diputados", zeg maar de volksvertegenwoordiging. Aan de overkant van de straat, zo breed als de Singel, zwierven tientallen cameraploegen rond.

madridDe debatten en de stemmingen van woensdag en vrijdag werden integraal door diverse tv-zenders uitgezonden. Het volk kon zien hoe en wat ieder lid van het parlement stemde. Zelfs de persconferentie met de charmante vicevoorzitter van het parlement werd volledig uitgezonden met de verstaanbare vragen van de journaille.

Betrek de burger van SWF bij het politieke "spektakel"

Even verderop, knabbelend aan een broodje vlees in het Museo de Jambon (kosten: een knaak euro en een biertje 90 cent), bedacht ik mij hoe zoiets straks zou kunnen gaan bij de college-onderhandelingen in onze gemeente Súdwest-Fryslân. De Marktstraat is een unieke locatie. Met aan de kop het oude gemeentehuis van Wymbrits dat immers ons nieuwe raadscentrum wordt.

Geachte gemeentevoorlichters, stel nu al de plannen op, sluit de Marktstraat af als het zover is, biedt alle ruimte aan Omroep Súdwest, aan Omrop Fryslân en aan de NPO. Laat Piet Paulusma alle dagen zijn weerbericht vanaf het bordes voordragen.

Richt de terrassen van de Wijnberg, de Irish Pub en Onder de Linden in tot publiekstribunes voor Pauw, Jinek en Humberto Tan. Tover de Febo om tot Museo de Jambon en geef de Marktstraat een nieuwe naam: Plaza del Mercado.